Dendrobates tinctorius var. azureus

Dendrobates tinctorius, vh. Dendrobates azureus
© Jan Busser 2007

Naamgeving:
Deze variëteit is jaren lang een zelfstandige soort geweest sinds Hoogmoed het dier in 1969 beschreef als Dendrobates azureus. Het grootschalige onderzoek van Grant et. al. in 2006 heeft de al lang bestaande vermoedens dat het om een tinctorius-morph gaat bevestigd.
Sinds 2006 gaat het dus om een Tictorius variant en niet meer om Dendrobates azureus

Voorkomen
Deze tictorius-morph komt uitsluitend voor aan de voet van de vier gebroeders gebergt op de Sipaliwini-savane in Suriname. Omdat het om een relatief kleine strook bos gaat (de savanne is droog en bos-arm, de bergen zelf ook droog en boom-arm) hebben deze dieren een uitermate klein natuurlijk leefgebied en het is dan ook zeer waarschijnlijk dat er inmiddels meer exemplaren van deze morph in gevangenschap leven dan dat er in de natuur voorkomen.

Kenmerken
Dendrobates tinctorius
var. azureus is de beroemde azuurblauwe kikker. Er kan eigenlijk geen misverstand bestaan omtrent de determinatie van deze ondersoort.
Het is een vrij grote kikker (tot 60 mm) met de herkenbare kromme rug van de tinctorius groep.

 Dendrobates tinctorius, vh. Dendrobates azureus
© J.Busser 2007

Huisvesting
Door de behoorlijke afmeting van deze soort en de onderlinge agressiviteit kunnen de dieren het beste paarsgewijs in een terrarium worden gehouden. Voor een par zou 40*40 cm bodemoppervlak voldoende kunnen zijn als het terrarium is ingericht met voldoende schuilplaatsen. Wat petrischaaltjes gevuld met en met halve cocosnoot, bladeren op de bodem, wat klim- en klautermogelijkheden en een klein waterbassin moeten voldoende zijn voor deze dieren.
Een tijdelijk drogere periode komt de dieren alleen maar ten goede maar is niet noodzakelijk.

Voortplanting:
Vooral door de bijzonder fraaie kleur is deze morph sinds hij zijn intrede in de terrariumhouderij deed zeer veel gekweekt. Mede door de aanhoudend vrij hoge prijzen en het relatieve gemak waarmee de dieren te kweken zijn is er een groot aantal kwekers en zijn de dieren goed verkrijgbaar.
Zoals gezegd verdient het de aanbeveling de dieren paarsgewijs te houden.
Geslachtsonderscheid is zoals gebruikelijk alleen met 100% zekerheid te zeggen door het “roepen” van het mannetje, een zachte “buzz”.
Verder zijn de vrouwtjes vrijwel altijd groter en zwaarder gebouwd en hebben wat kleinere vingeruiteinden.
De dieren kunnen tijdelijk in een groepje worden gehouden in een wat groter terrarium met veel schuilmogelijkheden en van daaruit kunnen koppels owrden geselecteerd.
De dieren leggen 2-14 eieren die na een dag of 10 uitkomen bij 25 graden. Het opkweken van de dieren is vaak wat lastiger dan bij veel andere soorten.

Voeding:
Ondanks dat het vrij grote dieren betreft geven zij de voorkeur aan klein voer waarbij bijvoorbeeld de bonenkever als absolute maximale maat moet worden gezien.
De dieren zijn dol op springstaarten maar ook bladluizen en kleine fruitvliegen zijn zeer geliefd, grotere fruitvliegen worden ook met graagte gegeten.
In de natuur lijken de dieren zich voornamelijk tegoed te doen aan mieren en termieten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*