Phyllobates vittatus

Phylobates vittatus
© J.Busser 2004

Naamgeving:
Beschreven door Cope in 1893 als Dendrobates tictorius vittatus, later Dendrobates vittatus en uiteindelijk Phyllobates vittatus. Over de soort en naamgeving van de “Vittatus” is nooit enige twijfel geweest.

Voorkomen:
Costa Rica in de provincie Puntarenas (Golfo Dulce)

Kenmerken:
Het gaat hier om een middengrote gifkikker waarbij de vrouwtjes met ruim 3 cm wat groter zijn dan de mannetjes. De basiskleur is altijd zwart met twee strepen op de rug aan weerskanten van de ruggegraat. De belijning kan een strakke dunne ijn zijn tot een brede grillige streem en soms selfs een vlekpatroon of grillige lijn op het midden van de rug. De kleur van de belijning loopt van heldergeel tot tegen het rode aan. De lijnen raken alkaar altijd op de snuitpunt.
Op de flanken altijd een wat grijgroene marmertekening op de zwarte ondergrond. De voor- en achterpoten zijn altijd gemarmerd groen-achtig.

Huisvesting:
De soort is niet agressief t.o.v. soortgenoten en kan dus in een groep gehouden worden. Omdat het hier om behoorlijke “springers” gaat moet de bak wel vrij ruim zijn. Bodembeplanting of bladeren op de bodem worden zeer gewaardeerd en ook een ondiem watebassin (bijvoorbeeld een onderschaal voor kamerplanten) mag niet ontbreken. Bij mij houden de dieren zich dan geregeld op onder de halve cocosnoot die in het kleine waterbassin staat.
Het schijnt dat wanneer er meerdere mannen bij elkaar worden gehouden de zorg voor het legsel niet prioriteit nummer één heeft bij de dieren waardoor veel legsels verloren gaan (Poison Frogs: Biology, Spcies and captive husbandry, Chimaira 2007)
Waar ik meestal lees en hoor dat het om niet schuwe en goed zichtbare dieren gaat is mijn persoonlijke ervaring dat de dieren zeer schuw zijn en zich het grootste gedeelte van de dag terugtrekken in de verstrekte schuilplaatsen. Wanneer ik enige tijd stil voor het terrarium blijf zitten komen ze langzaam maar zeker tevoorschijn.
Tijdens het voeren wordt alle schuwheid vergeten.

Voortplanting:
Het gaat hier om een productieve soort die veel nakomelingen geeft. De opfok van de larven is ook al geen probleem, mede omdat die niet cannibaalistisch zijn en dus bij elkaar gehouden kunnen worden.
Ondanks dat er in mijn terrarium constant door (2) mannen wordt geroepen (een harde, ongeveer 10 secondere durende fluitende riedel) heb ik zelf nog maar weinig nakeomelingen gehad. De oorzaak is mij nog niet bekend.
Af en toe hoor ik één van de mannen een wijfelend zacht riedeltje maken en dat is dus de eerste keer dat ik bij  Dendrobatidae twee verschillende geluiden hoor bij één soort.

Voeding:
Het zijn zeer grote eters en uitermate actieve jagers. Bij het voeren springen de dieren al het voedsel achterna. Het voedsel mag wat groter zijn, zo werden bonenkevers bij bij goed gegeten (die voer ik echter niet meer i.v.m. de lage voedingswaarde) terwijl die toch vrij groot zijn.
Verder worden alle fruitvliegen, spinnen (niet te groot) en zelfs jonge pissebedden gegeten die per ongeluk in de bak terecht kwamen.
Écht klein voer, zoals springstaarten, wordt niet of nauwelijks gegeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*