Costa Rica 1999

Costa Rica.
11 oktober tot 2 november 1999

Inleiding
De tropen interesseerde mij al jaren maar. Ik was er nog nooit geweest.
Aangezien Zuid-Amerika mijn favoriete bestemming was (en is) leek het mij verstandiger om de eerste keer georganiseerd te gaan omdat latijns-Amerika nu eenmaal een vrij slechte reputatie heeft.
Ik boekte dus een 21 daagse reis bij SNP.
Mijn doel was het vastleggen van koudbloedige gewervelden in dit voor mij nog onbekende land.
Het hoofddoel echter was het vinden en waarnemen van Dendrobates pumilio of: de aarbeikikker.
Verder wilde ik wat metingen doen aan het water omdat in die tijd mijn interesse nog vooral grote Cichliden waren en daarvoor is Midden-Amerika ook ideaal.
Omdat Costa Rica de meest veilige reputatie had, de prijs van de reis mij aanstond en het bezoek aan Tortuguero voor mij een must was koos ik voor deze reis.

Voorbereidingen
Aangezien we tussen de natte en droge periode in zouden vertrekken moest met alle weersomstandigheden rekening worden gehouden. Ook wandelingen op grotere hoogten zouden een warme trui niet onnodig maken en naast mij standaard-equipment om temperaturen, waterwaarden en luchtvochtigheid te meten moest dus eigenlijk overal rekening mee gehouden worden.
Omdat het ondernemen van deze reis nogal impulsief was en ik absoluut niet wist wat mij te wachten stond heb ik mij verder beperkt tot wat ik normaal gesproken bij me heb, en dat blijkt dus meer dan voldoende.

Afgelegde route (Blauw is over water)

Aankomst in San Jose
Na een vlucht-met-tussenstop van ca 12 uur kwamen we aan in San Jose alwaar we anderhalve dag zouden blijven om te acclimatiseren en eventuele inkopen te doen.
De stad is niet bijzonder fraai maar ademt wel de broeierige Latijns-Amerikaanse sfeer.
Het appartement waar wij zaten (Sesteo) was bijzonder goed en overal hingen drinkbakjes met suikerwater om de kolibri’s te lokken, en dat lukt heel erg goed: ’s ochtends barst het van deze kleine vogeltjes.

Cerro Vueltas
Na anderhalve dag (en twee nachten) in de hoofdstad vertrokken we in de luxe touristenbus richting Cerro Vueltas alwaar de vogelliefhebbers zich konden vergapen aan de Quetzal, naar zeggen de mooiste vogel ter wereld.
Het is er vrij hoog (meer dan 2500 meter) en enorm groen. De temperatuur overdag is vaak niet hoger dan een graad of 20 en ’s nachts is het ronduit koud.
De lodges zijn eenvoudig maar goed verzorgd en… erg vochtig!
Op het terrein ligt een vijver waar forellen worden gekweekt en die krijgen we dan ook geregeld te eten.
De eerste ochtend gaan we dus op zoek naar de Quetzal en we vinden hem ook.

Veel meer dan een silhouet van de quetzal is niet te zien.

De Quetzal is een ca 40 cm grote vogel die leeft van wilde avocado’s. Ze slikken de ca 5 cm grote vruchten geheel in en spugen na het verteren van het vruchtvlees de grote pitten weer uit.
De gids (Eddy Cerrano) lokt de vogels door hun roep uitstekend te immiteren en even later verschijnt de eerste Quetzal, een mannetje. Op de afbeelding is te zien dat vooral in de ochtend (de tijd waarop de Quetzal te vinden is) de contrasten enorm zijn. Dit heeft tot nadeel dat de vogels die we zien alleen in silhouet waargenomen kunnen worden.
Het blijkt dus vrijwel onmogelijk om de dieren goed te fotograferen.
Vanaf een uur of elf begint het enorm te regenen en dat blijft zo tot ver in de avond, de middagwandeling wordt dus ook afgelast. Het is erg koud en dan duurt een middag heel lang!
De dag daarna maken we weer een ochtendwandeling maar vinden de vogels niet meer.
Eddy verteld me dat er op het terrein geen reptielen en amfibiën voorkomen omdat het klimaat te extreem is, vooral de kou is een beperkende factor.
Alvorens verder te trekken maken we eerst een wandeling naar het hoogste punt in het gebied, tot een hoogte van bijna 4000 meter.
Het terrein in bezaaid met kleine bergkreekjes maar leven heb ik er niet gezien. Het is ochtend en de weg naar de top is zwaar en warm, de zon schijnt.

Sceloporus malachiticus

Bijna op de top zien we een Sceloporus malachiticus op de stenen van de zonnestralen genieten.
Deze hagedissen (behorend bij de leguanen) staan er om bekend op grote hoogten voor te komen en kou en wind te trotseren.
Vlak na het nemen van de foto schiet het dier weg, het is het enige exemplaar dat ik zie.
Op de top eten we wat en rusten we uit en langzaam maar zeker beginnen de wolken tegen de berg op te klimmen en tegen de tijd dat we terug moeten begint het enorm te regenen.
Geheel doorweekt en steenkoud komen we aan op de weg, bij het busje om onze tocht voort te zetten richting pacifische kust waar het bekende toeristenoort Quepos is gevestigd met het natuurpark Manuel Antonio.
De tocht naar beneden doet de temperatuur fors stijgen en tegen de tijd dat we bijna beneden zijn is de temperatuur opgelopen tot 35 graden en is het enorm vochtig.

Quepos, Parque Nacional Manuel Antonio
We nemen betrekking in onze lodges bij Manuel Antonio. Een mooi resort met een heel warm zwembad en een leuke bar.
Tijdens een korte wandeling langs de kust zie ik dat de grond bezaaid licht met krabben, met hele mooie kleuren.
Op het strand liggen stukken koraal die zijn aangespoeld. Deze, en andere natuurlijke producten mogen niet worden meegenomen uit Costa Rica.
40% van het landoppervlak is natuurreservaat en alles wat voortgebracht is door de natuur wordt beschermd.

Waarschuwing: Niets meenemen!

Een stukje uit de kust ligt een eiland en de ingang van het natuurpark moet bereikt worden door door het water te lopen, het is vloed.
Al direct na de ingang van het park zien we de eerste zwarte leguaan.
Een ca 1 meter groot vrouwtje licht te zonnen op een stuk hout.
Onder haar lopen duizenden heremietkreeftjes die langs de kust overal te vinden zijn.
Manuel Antonio is duidelijk een heel erg druk park en ziet er erg “aangelegd” uit.
Doordat ook de Costa-ricanen het park erg veel bezoeken zijn de dieren er niet schuw en kunnen zelfs luiaards gewoon worden waargenomen.
De parkwachters die er lopen zijn zwaar bewapend maar erg vriendelijk.
De paden in Manuel Antonio doen bijna denken aan parken als de Hoge veluwe, je kunt met een auto gemakkelijk over de breed aangelegde grindpaden!
Ondertussen blijft het erg warm en is de lucht aanmerkelijk droger dan gisteren waardoor het allemaal wel wat beter te houden is.
Plotseling houden we stil. In één van de bomen zit een drieteenluiaard die zich tergend langzaam van tak tot tak beweegt.
Het zal zeker niet de laatste zijn die we zullen zien, er zitten er honderden in dit park.
Op de bodem zien we wat agouti’s lopen, die wel erg schuw zijn.

Wat verderop worden we door wat Rhesusapen bekeken, zij zijn ook absoluut niet schuw en komen tot op een meter van de bezoekers. Naast Rhesusapen die hier redelijk honkvast zijn, komen ook vele doodshoofdaapjes voor die wel door het hele woud migreren in grote groepen. Zij zijn ook aanmerkelijk schuwer en zoeken het wat meer in het bladerdak van het bos.

Uiteindelijk komen we aan op het centrum van het park waar een soort picknickplaats is ingericht aan een prachtige baai an de kust. Kijkend over de zee en naar de kust waan je je in Jurassic Park, er schijnen zelfs fragmenten van deze baai in die film te zitten. Rond het parkcentrum wemelt het van de dieren: luiaards, agouti’s, en enorme zwarte leguanen!

drieteenluiaard

Het mannetje dat hier duidelijk de baas is loop al kopschuddend over de weg om de mensen op een afstand te houden.

Ctenosaura similis

De parkwachters waarschuwen de mensen de dieren niet te dicht te benaderen daar zij agressief kunnen zijn.
We rusten een tijd uit op het strand, het is nog steeds mooi weer al schijnt de zon niet meer zo uitbundig als vanochtend.

C.similis, de zwarte leguaan

De zwarte leguanen klimmen op de rotsen van de baai om er af en toe een krab te bemachtigen. Een onverwacht menu!
We besluiten een andere wandeling te maken naar een hoog punt van het park. We moeten door dicht bos naar boven en ook dat is weer een hele klim.

Een groot mannetje dat het strand "terroriseerd"

Natuurlijk komen we weer veel leguanen tegen maar plotseling zie ik een jonge Basilisk wegschieten in het struikgewas; te snel om te fotograferen maar later kregen we de kans alsnog.
Op de top bekijken we weer van exemplaren van de zwarte leguanen (Ctenosaurus similis overigens) die zich hier meer in grasland ophouden.
Wat dat betreft komen de dieren overal voor en, hoewel ze merendeels op de grond leven, hebben we ook meerdere exemplaren in de bomen gezien.

Ameiva leptophrys

Op de terug weg nog een nieuweling: Ameiva festiva, in de dichte begroeiïng. Later krijg ik van Peter Mudde te horen dat het hier om Ameiva leptophrys gaat i.p.v. A. festiva
Naast de reptielen en zoogdieren die men hier kan vinden is er (natuurlijk) ook enorme variëteit aan insekten en spinnen.
De hiernaast afgebeelde nephila maakte een wielweb van meer dan anderhalve meter doorsnede en de spin zelf was ca 5 cm groot (lichaamslengte) en dat maakt het een imposante verschijning.
De spin is ongevaarlijk en niet agressief en wordt door sommige liefhebbers vrij in huis gehouden (REBO Terrariumencyclopedie, E.Bruins). Het gaat om een Nephila soort.

Nephila soorten zijn groot met immense webben

Naast deze spinnen zijn er vele miersoorten te vinden.
Tijdens de pauze in het centrum werden we belaagd door hele kleine rode vliegjes die later hele kleine wespjes bleken te zijn, sterk gelijkend op mieren, wat logisch is, daar die tot dezelfde familie behoren.
Eén van de medereizigers werd door zo’n diertje in zijn lip gestoken waar onmiddelijk een klein zwellinkje ontstond.
De pijn was vereglijkbaar met die van een wesp alleen veel minder hevig, gelukkig.
Verder is het aantal soorten sprinkhanen, hommels (tot wel 4 cm!) en andere dieren echt ontelbaar.
Het is dan ook praktich onmogelijk alles te fotograferen, tenzij je kilo’s film bij je hebt.
We verlaten het park en inmiddels is het eb waardoor we niet door het water hoeven.
De doodhoofdaapjes hebben zich nu aan de rand van het park verschanst en schreeuwen dat het een lieve lust is.
De diertjes springen driftig van tak tot tak, een genot om naar te kijken.
terug in de lodge krijgen we lekker eten, zwemmen nog wat en pakken onze spullen in maar voor mij is het nacht, tijd om nog even te gaan kijken of er andere dieren zijn.
Lang hoef ik niet te zoeken:

Agalychnis callidrias, de roodoog makikikker

De roodoog Makikikker
(Agalignys callidrias) Het dier zit op een betonnen tafeltje van de lodge en lijkt zijn beste tijd gehad te hebben.
Wanneer ik het dier echter aanraak blijkt hij toch nog springlevend te zijn.

Nogmaals: Agalychnis callidrias

De kleuren van deze nachtactieve kikkers zijn hier anders dan elders. Met name de kleuren op de flanken van de de kikker zijn anders, zij missen de blauwe vlekken.
Verder zitten er in de bananebladeren nesten met vleermuizen, verder was er niet veel meer te zien.
De dag daarna moesten we verder richting Rincon de la Vieja, een actieve vulkaan met Fumeroles, warme kleibaden!. De tocht langs te kust stemt tot droefheid. Het zijna llemaal palmplantages waartussen kleine communidads liggen waar de arbeiders wonen.

Een Kara Kara

Het is allemaal heel erg armoedig. Op zich is dat dan niet zo heel erg ware het niet dat om de 10 a 15 kilometer een enorme villa staat waar de opzichter van de plantage woont. Een heel schril contarst.

Basiliscus basiliscus

Onderweg vinden we nog een grijze basilisk (Basiliscus basiliscus), één van de vier soorten die hier voorkomt.
Het dier is nogal ver weg en naamt de benen tegen de tijd dat we gestopt zijn.
Wanneer we de brug over een brede rivier oversteken zien we op de oevers vele grote krokodillen liggen, de dieren zijn wel 5 meter lang. Zwemmen is dus geen optie!

Ergens onderweg bij Quepos: een kleine kaaiman

Uiteindelijk komen we aan in Ricon de la Vieja.

Rincon de la Vieja
Het heeft vreselijk hard geregend en we kunnen met de auto niet verder. We worden dus door de medewerkers van de lodges opgehaald met… Paarden. Deze kunnen wel door de modder waard e dieren wel een halve meter in zakken.
Het regent, het is koud en de omgeving lijkt ook niet erg bijzonder.
We nemen onze lodges in en de avond gebruiken een aantal mensen (waaronder ik natuurlijk) om een lekker biertje te drinken in het barretje dat er staat en wordt gerund door een Mexicaanse.
De dag daarna moeten we weer gaan wandelen en zien, naast een paar neusberen en wat vogels, bijna niets en ik zie het dan ook niet zitten om de dag erna nog verder het bos in te gaan. De fumeroles mogen niet bezocht worden en de interesse voor mij is dus meer op het terrein van de lodges te vinden.

Een voor mij onbekende kikker- of paddensoort

Ik heb op en rond het terrein kilometers gewandeld en vond welgeteld één kikkertje waarvan ik nog steeds niet weet wat het is. Ik heb inmiddels vele kenners gevraagd welk kikkertje er op deze foto staat maar niemand heeft ook maar een idee. Het diertje is maar een centimeter of drie groot.
Plotseling hoor ik (samen met Carlos, onze chauffeur) een geluid alsof er een waterval dichterbij komt.
Niets blijkt minder waar: het gaat regenen!!!
Tot op heden heb ik nog nooit zoveel regen naar beneden zien komen. In een tijd van 5 minuten staat alles blank en zijn de paden veranderd in woeste beken… Arme wandelaars… dacht ik.
Zij kwamen terug om een uur of vier, compleet doorweekt en helemaal doodmoe en nauwelijks aanspreekbaar.
Ik had een goede keuze gemaakt!

Vlak voor het vertrek: een bladsprinkhaan

We gingen gelukkig weg, Ricon de la Vieja kon mij niet bekoren.

Naar La Fortuna: Volcan Arenal
We gingen weer rijden naar de bekendste vulkaan van centraal Amerika, de Arenal.
Eerst langs Lago Arenal waar je de vulkaan prachtig ziet liggen en daarna na La Fortuna van waaruit je een prachtig zicht hebt op deze vulkaan.

Iguana iguana: één van de groene leguanen op het bruggetje naar La Fortuna

Onderweg stoppen we even bij een brug waar (wat ik even snel telde) meer dan 30 leguanen zaten.
Deze zitten daar omdat het restaurantje dat er bij zit veel restanten voedsel naar buiten gooit waar de leguanen dankbaar gebruik van maken. Anderzijds heeft het restaurantje veel klandizie dankzij de groene draakjes.
Veel mensen kijken naar de werkelijk overvol gevreten dieren.
Van de eigenaar krijgen zij ook restanten kip. Vlees is wel een natuurlijke aanvulling op het menu van deze dieren maar zeker niet zoveel als zij hier zonder moeite kunnen krijgen.
Even later zien we de Arenal aan de overkant van het meer liggen.
Een Vulkaan uit het boekje.
De konische vorm, die uit het landschap opstijgt kan niets anders zijn dan een vulkaan, en nog aktief ook.
Aangekomen in La Fortuna maak ik een foto, en al mijn medereizigers ook, en thuisgekomen…
Alle mensen die er geweest zijn ook, en op het internet… ook!
Allemaal diezelfde foto van een kerkje met de vulkaan daarachter, ga maar kijken op het net, ik laat hem niet voor de duizend-en-eerste keer zien.
Tijdens het douchen ontdek ik een teek onder mij oksel die er met een tekenpincet niet uit te krijgen was.
De teken zijn hier ook veel groter dan bij ons!
Een metalen tangetje deed dus het werk.

poaz

Het gifgroene kratermeer van Poaz

Na de overnachting in La Fortuna rijden we verder richting poas een mooie vulkaan met een kratermeer waar de meest giftige dampen uit komen walmen.
Vooral de reis naar de vulkaan is erg mooi.
De dalen en bergen waar we op en langs rijden zijn koel, het is een eeuwig nevelwoud.
De uitzichten zijn fantastisch en wanneer we even stoppen bij waterval (die overigens zo uit de film kon zijn) loop ik langs de flanken van poas. Het water seipelt hier overal langs de berg en van het vulkanisch gesteente is door de begroeiïng niets meer te zien.
Aanvankelijk is het behoorlijk mooi weer als we boven op poas staan. Het kratermeer en de kraterwanden zorgen voor een zeer bijzonder landschap, bijna niet van deze aarde.
We lopen terug naar de restauratie om wat te eten. Het vlees op de broodjes is al aardig verkleurd, maar ja… ik ben kleurenblind en eet dus gewoon mijn brodje op.
Mijn reisgenoten attenderen me op het toch wel wat verkleurde vlees als ik het broodje bijna op heb.
Ik maar me daar nooit zo veel zorgen over, bedorven vlees proef je en ruikje meteen. Ik heb dan ook nergens last van gehad.
We plannen met een paar mensen nog wat door het woud te wandelen maar helaas: we zijn net weg en het begint onwaarschijnlijk hard te regenen.
De terugtocht werd al redelijk bar: Natte klei… glijden dus!

Thermales des bosques

Het water bij Thermales del bosque, hierin zwemmen levendbarende tandkarpers (Xiphophorus helleri???)

We rijden terug naar de voet om door te gaan naar Thermales del Bosque. Een kuuroord met wisselbaden, opgewarmd door de aardwarmte. Iedereen ging er in… ik niet, ik houd daar niet van, en ik ben dus weer dieren gaan zoeken want onderweg naar de thermische baden zagen we een jonge  Mastigodryas melanolomus ongevaarlijk en erg mooi en dun.

Mastigodryas melanolomus

Vlak bij de wisselbaden was een barretje waar ik mij tegoed deed aan een biertje. Op een boom zag ik een hagedisje zitten: Het was Norops lionotus vroeger Anolis lionotus.

Anolis lionotus

Het dier heeft er uren gezeten zonder ook maar een poot te verroeren.

Anolis lionotus

Toen ik mij omdraaide zag ik nog een Norops op de planken van de bar zitten, ik weet niet welke soort dit is. Thuis kom ik er echter achter dat het Anolis pentaprion is.

Anolis pentaprion

Inmiddels was het al donker aan het worden en we gingen terug naar onze kamers.
Een nachtwandelingetje kon niet uitblijven dus ik pakte mijn zaklampen maar liet de camera’s nog maar even in de kamer.
Ik zag na verloop van tijd een kikker (soort onbekend) en besloot dus toch maar de camera te gaan halen.

Enorme spin (wolfspin???)

Toen ik de sleutel in het slot wilde steken werd ik verrast door een enorme spin (wel 25 cm diameter) die precies op het slot zat! Niet wetend wat te doen gaf ik het dier een tikje tegen het achterlijf waarop het op de deurpost sprong. Ik pakte mijn camera en maakte een foto, natuurlijk.
De buurman was inmiddels ook komen kijken en het gediscussieer mbt. tot deze spin duurde eventjes, de kikker was dus niet meer te vinden.

Erg mooi sprinkhaantje bij Thermales

Ik wilde mij even douchen en pakte mijn tas waarop een mooi gekleurde tropische kakkerlak onder mijn tas uit schoot. en de douche was bezaaid met hele grote miljoenpoten.
Al met al genoeg voor mensen om even niet meer te slapen (heb ik gelukkig geen last van gehad).
We vertrokken weer richting San Jose waar we nog een nacht zouden overblijven alvorens de tocht naar Tortuguereo, voor mij moest dat het hoogtepunt van de reis worden.

Tortuguereo

Rio Tortuga

Vanaf Puerto Limon namen we een lancha (gemotoriseerde kano) over de Rio Turtuga. Een prachtige toch die een hele dag duurt.
Je vaart op zoetwater maar soms schamp je het water van de caraibische zee.
Het moet de hemel voor vogelliefhebbers zijn want het aantal soorten is niet te tellen.

Wegvliegende pelikaan op de tortuga

Af en toe zie je wat schuchtere waterschildpadden van de oever af het water inglijden wanneer de lawaaiige Lancha voorbij komt.

Waterschildpadden zie je bijna overal.

Halverwegen stoppen we even bij een huisje aan de oever waar zelf af en toe feestjes worden gehouden.
Het is niet meer dan 4 palen met een rieten dak, ver van de bewoonde wereld.

Dwergtoekan

De eigenaar heeft wat dieren gedomesticeerd waaronder een wel vrijbewegende maar gekortwiekte dwergtoekan en, veel triester: een spinaapje dat een huisje heeft en zich moet bewegen aan een lijn.

Dit aapje zat met een halsband vas aan een lijntje...

Heel erg zielig om te zien.
Het diertje vraagt enorm om aandacht maar de man verzekerd ons dat de aap lelijk kan bijten.
Verder lopen er op het terrein vele groene Leguanen (Iguana iguana).

Iguana iguana: de groene leguanen zie je overal.

Hoog in de bomen zitten brul-apen die inderdaad brullen als een bezetenen, ik hoop voor die man dat de dieren zich ’s avonds koest houden.

Typische woning aan de oever van de Tortuga

We gaan weer verder en komen uiteindelijk aan in Tortuguero zelf, een plaatsje dat alleen per boot of klein vliegtuig te bereiken is maar inmiddels een invasie van (rijke) buitenlanders kent die als bezetenen met waterscouters over de Tortuga scheuren, helaas.
In Tortuguero hangt een echt Caribische sfeer en de bevolking spreekt er een soort Engels.
Het eten is helemaal Cocos-georienteerd en gaat erg snel vervelen.
De lokale jeugd brengt zijn tijd door in de discotheek (ook 4 palen met een dakje) of hangt wat rond bij het water.
Het is er mooi.

Een meer dan 20 cm. grote sprinkhaan.

Wij hebben Lodges aan de overkant van de Tortuga, de Lamantin- lodge, en deze zijn hard aan vernieuwing toe!
De termieten lopen over de vloer en het hout zijn dusdanig aangevreten dat ik het geen week meer gaf.
Omdat je op een “eilandje” zit heeft de eigenaar besloten maar normale westerse prijzen te vragen voor een drankje want je kunt toch nergens anders heen.

Een greep uit het aantal gecko's dat hier leeft

Enfin, een wandeling doet wonderen want de paaltjes waarop de woningen staan zijn vergeven van Geckoos waaronder ook onze eigen (lees: europse) turkse Gecko die zich hier ter plekken hebben gevestigd en hier waarschijnlijk meegelift zijn met hout-transporten. Aangezien het hier al maanden regent barst het van de muskieten en dat is niet prettig, iedereen zit onder de muggenbulten en het vliegengaas in de ramen is zo lek als een mandje.
Maar ook daar zetten we ons wel overheen.

Bufo marinus.

Terwijl we met z’n allen wat drinken begint het (weer) enorm te regenen en op het grasveldje voor van de lodges beweegt vanalles en wat het meest opvalt is natuurlijk de Bufo marinus of reuzenpad.
Ze zijn wel 20 cm groot en genieten van de regen.
’s Morgens word ik te laat wakker en moet me enorm haasten op op zijn bij de lancha te zijn die ons naar de overkant brengt. Daar krijgen we kano’s.
Het canotyransport is werkelijk een verademing, wat een rust en wat een uitzichten in het dichte oerwoud van de kanalen van de Tortuga.

Canotocht over de Caño Palma

De Caño Palma is het doel alwaar een Canadees onderzoekscentrum (vleermuizenonderzoek) is gevestigd genaamd COLTERC (volgens mij bestaat het inmiddels niet meer).
We blijven tegenover COLTERC wachten met de boor en de kaaimannen en waterschildpadden zwemmen rustig om de boot heen Ze krijgen van de onderzoekers geregeld eten vanuit een kano en hopen nu op hetzelfde. Tevergeefs.
We bekijken de dieren rustig en cichliden zwemmen onder ons door, waarschijnlijk Cichlasoma soorten.
We genieten een tijd van de rust op het water en meren aan bij COLTERC.
Het eerste dat ze ons laten zien zijn…
Dendrobates pumilio

Oophaga pumilio

Prachtige diertje levend in een bromelia.

De bioloog kan ons er weinig over vertellen, het is zijn specialiteit niet maar ik ben blij dat ik ze zag.
Hij verteld me wel dat ze ook op “ons” eilandje zitten en ik besluit onmiddelijk de dag daarna niet mee te gaan met de geplande wandeling.
Na een korte rondleiding varen we weer door de Caño en zien in een boom een prachtexemplaar van een groene basilist zitten. Een prachtig exemplaar van we een meter lang!

Basiliscus plumifrons

Deze dieren zie je niet vaak zo mooi en we blijven er dus even onder bungelen met de boot.
Later zien we ook nog Basilisken zwemmen, er zitten er veel hier.
Tegen de tijd dat we bij de Rio Tortuga aankomen begint het weer enorm te regenen en dat zou niet meer ophouden.
We eten wat in het dorp, gaan met de Langa naar de lodges en blijven daar maar wer hangen.
De dag daarna besloot ik dus niet mee te gana met de wandeling maar op zoek te gaan naar herpetolfauna.

Oophaga pumilio, vroegen: Dendrobates pumilio

Als snel vond ik Dendrobates pumulio (nu Oophaga pumilio), zowel egaal rode als “bluejeans” met de blauwe poten, door elkaar heen.
Er zitten er honderden, zonder te overdrijven.

Oophaga pumilio

De dieren doen zich bijna allemaal tegoed aan kleine termieten, iets dat wij in het terrraium niet kunnen geven en waarschijnlijk dus ook bijdraagd aan de mogelijkheid om een giftig huidsecreet te produceren dat zijn in gevangenschap vrijwel niet kunnen.
Langs het pad van de termieten zitten 6 of 7 kleine kikkertjes de passanten te verorberen.

op zo'n oever zou je kikkers verwchten maar die zijn er helemaal niet!

De kikkers komen dicht langs de waterkant van grotere wateren niet voor, waarschijnlijk door het gevaar te verdrinken als het waterpeil plotseling stijgt door de overvloedige regenval in deze contreien.
Als laatste zie ik wel vlak bij de waterkant nog een heleboel jonge Anolissen die schieten alle kanten op wanneer ik in de buurt ben.

Heel veel Norops humilis langs de rivieroever

De dieren zijn nog maar een centimeter of 15 groot en werkelijk razendsnel.
De groep komt terug en we moeten eten en pakken.
We varen dezelfde route terug over een Rio Tortuga die twee meter hoger is geworden door de regen. Er drijft dood vee en een enorme hoeveelheid takken in het water. Waar het water op de heenreis helder was (met een GH van 7oDH en een pH van 7) is het water nu troebel met een GH van 12oDH en een pH van bijna 9!
Watertesten is voor dieren uit deze omgeving eigenlijk onnodig door de enorme variatie die onstaat door klimatologische en geologische inwerking.
Vanaf Puerto Limon nemen we de bus terug naar San Jose vanwaar we teruggaan naar naar Amsterdam, via Miami. en… Met een vertraging van 20 uur!
Het was mijn eerste tropenreis en als ik weer zou gaan, zou ik niet meer georganiseerd gaan. Alle lof aan SNP maar het zoeken naar reptielen en amfibiën kun je nu eenmaal beter niet met een groep van 17 stampende en pratende reisgenoten doen.
Ik heb mij aan mijn voornemen gehouden tot nog toe, de tropen zijn prachtig maar bepaal zelf waar je heen wilt en eventueel wilt blijven.
Vrijheid blijheid!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*