Rhodos 2002

Rhodos
7 t/m 21 juli 2002

Inleiding
Rhodos is een van de meest zuidelijke griekse eilanden dat geografisch meer bij Turkije dan bij Griekenland ligt.
Het klimaat is een vrij extreem mediterraan klimaat: de winters zijn er zacht tot zeer zacht met wat neerslag en de zomers zijn er heet tot zeer heet zonder neerslag. Zelfs een verkoelende onweersbui is een extreme zeldzaamheid.
Gezien deze vrij extreme weersomstandigheden zou men een dor en droog eiland verwachten maar niets is minder waar. Rhodos is een behoorlijk groen eiland, zeker met de kleine hoeveelheid neerslag die er jaarlijks valt in ogenschopuw genomen. Wel bestaat het meerendeel van de begroeiing uit Agaves, naaldbomen, heesters, olijfbomen en vijgenbomen. Zeker in het noordelijk gedeelte van dhet eiland is er vrijwel geen landbouw en economisch draait het dus grotendeels om olijven, redelijke wijn, visserij en natuurlijk het toerisme. Het toerisme echter loopt danig terug op het eiland omdat het zelfs voor de meest dorgeinterde zonaanbidders veel en veel te warm is, maar daarover later meer.
Naar het zuiden toe kan iets meer landbouw waargenomen worden maar grootse vormen neemt het niet aan.
Zoetwater is op Rhodos een spaarzaam goedje. Op de landkaart staan wel wat riviertjes ingetekend maar deze zijn hoofdzakelijk ’s winters voorzien van water en staan in de zomer droog. Een enkel plasje is in hoogzomer te vinden maar niet meer dan dat.
Waarschijnlijk is dat dan ook de rede dat er op het eiland relatief maar weinig vogels en zoogdieren te vinden zijn.
Aangezien mijn reis naar Rhodos midden in de zomer viel (van 7 tot 21 juli) vreesde ik voor het aantal dieren dat ik zou tegenkomen omdat ook reptielen zich dan het liefst verschuilen. In principe was dat ook zo en kon maar een fractie van de daar levende herpetofauna worden waargenomen maar al met al zou het toch een heel leuke trip worden met vele nieuwe ervaringen op ichthyologisch en herpetologisch gebied.

De voorbereidingen
Voor vertrek wordt natuurlijk in hoofdzaaak veel gelezen; waar kan ik welke dieren vinden en wanneer? Nu is de literatuur, en ook het internet, zeer spaarzaam m.b.t. de fauna op Rhodos en veel informatie die ik verzamelde was verre van betrouwbaar. Zo gebruik ik zelf als reptielengids het boekje “Lurche und kriegtiere” maar daarin staan wel hele vreemde zaken. Zo zou volgens hen de adder Vipera xanthina alleen op Rhodos voorkomen (in Europa tenminste) en zou Laudakia stellio niet op Rhodos voorkomen terwijl later zou blijken dat dit de meest algemene hagedis aldaar is!
Op het internet vond ik een artikel over Vipera xanthina en deze zou op Rhodos weer niet voorkomen en juist weer wel op een aantal andere griekse eilanden. Dit soort tegenstrijdigheden vond ik vrijwel voor iedere soort uit die regionen mbt. Rhodos en dus werd het voor mij tijd om het elf maar uit te gaan zoeken.
Een ander interessant ding dat ik wel tegen kwam was een artikel over het visje Ladigesocypris ghigii, een klein karpertje. Deze geniet de hoogste staat van bescherming en is uiters zeldzaam. Ook nu weer las ik artikelen over dit dier al zou het endemisch op Rhodos voorkomen maar ook las ik stukjes over vangsten in enkele waterjes in Turkije. Hoe dan ook: ik wilde in ieder geval op zoek gaan naar deze Rhodos karperzalm of ook wel het Rhodos karpertje.
Daarnaast zou het, geografisch gezien, zeker niet onmogelijk zijn om exemplaren te vinden van Aphanius. Al met al zou ik in ieder geval gewoon moeten zoeken en zelf constateren wat er te vinden is op dit eiland.

De eerste kennismaking.
Na bijna 7 uur vertraging kwamen we bij ons appartement en direct viel de intense hitte en de enorme kracht van de zon op. De temperatuur was een graad of 37, even wennen dus.
Ons appartement lag boven op een berg aan de rand van Trianda, ongeveer 1.5 kilometer het binnenland in, verstoken van de toeristische drukte (als die er al zou zijn).
Wat dat betreft dus een prima lokatie en ook de ligging van trianda is niet ongunstig, mede dooor de vrij goede wegen en algemene infrastructuur op het eiland.
Het vervoer op het eiland zelf werd geregeld door het huren van scootertjes die, gezien de temperatuur en het verkeer een uitstekend transportmiddel zouden blijken te zijn, daarnaast is het de goedkoopste manier om bijna overal te komen.

Reptielen
Laudakia stellio (syn. Agama stellio) Nederlandse naam: Hardun of Hardoen
De extreme warmte die wij gedurende ons verblijf op Rhodos hebben meegemaakt heeft er voor gezorgd dat het spotten van reptielen zeker niet vergemakkelijkt werd. Sterker: als je niet bewust naar de dieren op zoek was, was het een zeldzaamheid ze tegen te komen.

Laudakia stellio vrouwtje

Een uitzondering is Laudakia stellio ofwel: de hardun. Deze werd mij voor het eerst getoond door een goudsmit in Rhodos stad, hi verklarde dat er twee exemplaren op zijn achtermuur zaten en dat die geregeld naar beneden kwamen, waarschijnlijk om insekten te zoeken die op de vuilnisbakken afkwamen. Toen hij me mee naar achteren nam zat er inderdaad een kleiner exemplaar op de oude muur, in de volle zon, in de extreme hitte! Laudakia stelliobleek een extreem schuw dier te zijn dat bij de minste of geringste verstoringrazendsnel tegen de muur op de benen nam. Dit rennen tegen de muur op heb ik nog niet veel vaker gezien bij deze hagedissen van deze grootte. De ontmoeting met deze hardoen was kort, maar er zouden er nog meer volgen.

Laudakia stellio vrouwtje

Tegenover ons appartement lag een nog jonge olijfboomgaard met in het midden twee stapels stenen. Met de verrekijker spotte ik daar ook een Agame, die kon ik echter niet benaderen omdat de boomgaard was afgezet met een hoog hek, en tresspassing in het buitenland vind ik altijd een onderneming die sterk af te raden is. Ik heb dit exemplaar dus maar dagelijk met de verrekijker gespot. Daaruit bleek dat het dier vrijwel de gehele dag, ook in de volle zon, bovenop de stapel stenen zat, zij heuveltje bewakend. Er zijn dagen bij geweest van meer dan 40 graden en zelfs dan is het dier grote delen van de dag bovenop te vinden. Het lichaam moet dan wel heel extreme temperaturen aannemen in de tergend hete zon, die onafgebroken schijnt! De kleine koning leek onze twee weken niet van zijn plaats te komen waaruit blijkt dat de dieren zich in een vrij klein territorium ophouden en dat met hand en tand verdedigen.
Een tochtje naar Petaloudes, de zeven bronnen, was wat betreft de bezienswardigheid, die zeven bronnen dus, een zware tegenvaller. Zeker als je al eens in de Ardennen bentgeweest stelt het helemaal niets voor, zeven bronnetjes, zeer dicht bij elkaar, waaruit wat water sijpelt en een beekje vormt. Het is wel begrijpelijk dat het voor de eilanders iets bijzonders is omdat zoetwater. nu eenmaal een schaars goedje is op Rhodos.
Voor de mensen die niet aan claustrofobie lijden kan men door een manshoog tunneltje van 50 meter blootvoets door het ijskoude bronwater lopen naar de andere kant van de tunnel, daar komt het bronwater bijeen in een vijver die voor irrigatiedoeleinden is gebruikt. Weinig natuur dus, aangezien vele mensen met teenslippers en sandaaltjes toch het snelstromende water betreden en onderweg het schoeisel verliezen. De vijver ligt dus vol met verloren schoenen en dergelijke. Door de krapte in het tunneltje kun je niet dezelfde weg terug (eenrichtingsverkeer) maar moet je over de berg door het bos terug. Ook daar zag ik tegen alle verwachtingen in een Hardun-vrouwtje wegschieten in de struiken, een mooi exemplaar. De Hardun komt dus niet alleen op rotsen en ruines voor maar gewoon in dichtbegroeid bos!

Laudakia stellio man

Een bezoek aan Kamiros, een oude ruinestad die nog redelijk intact is, gaf mij de mooiste ontmoeting met de Hardoen. Terwijl ik bezig was met het fotograferen van een vijgeboom zig ik op de grond, aan de voet van die boom een groot mannetje zitten. Deze was behoorlijk groot, een centimeter of 35 a 40. Al kopschuddend (imponeergedrag van vele hagedissen) nam hij schoorvoetend de benen. Natuurlijk was deze wel mooi op de foto gezet.
Over de hardun gaat nog en leuk verhaal op Rhodos, het werd mij verteld door de goudsmit die mij in het oude stadsdeel van Rhodos aansprak.
Tijdens de Duitse bezetting in WOII werden grote hardoens gevangen door de lokale bevolking en werden deze naar de bezetters gegooid. Soms wilde de agamen dan nog wel eens bijten en dat doet zeer, dat kan ik u verzekeren, op deze manier heeft de hardun dus ook een klein rolletje gespeeld in deze oorlog.
Al met al is de harun een zeer warmteminnend dier dat zeer territorium gebonden is. Tegen alles, ook mensen, wordt geimponeerd door heftig met de kop te schudden in de hoop zo de indringer te verjagen, lukt dat niet dan wordt razendsnel de benen genomen, zelfs tegen loodrechte hellingen op. Ondanks het wat zware en plompe uiterlijk en de behoorlijke grootte van deze hagedis is het een zeer atletisch en razendsnel reptiel. Door zich te verschansen in de drukke steden om daar de populatie insecten en wellicht kleine zoogdieren en vogels te verschansen die daar gebruik maken van het water en afval dat door mensen wordt achtergelaten is het in die gevallen zelfs een behoorlijke cultuurvolger geworden maar blijft het dier wel schuw en zal een confrontatie met mensen ten aller tijden uit de weg gaan als dat mogelijk is.
Volgens ‘Lurche und kriegtiege’ zou de hardun niet op Rhodos voorkomen, niets is dus echter minder waar en is het een van de meest algemene reptielen op dit eiland.

Podarcis of Lacerta
De ‘echte hagedissen’
De meest voorkomende hagedissen in Europa en de Euraziatische regio zijn de ‘echte hagedissen’ van de geslachten Podarcis en Lacerta. Vaak lijken de verschillende soorten van deze geslachten (die tot voor kort allen tot het geslacht lacerta behoorde) heel erg veel op elkaar terwijl er binnen bepaalde soorten heel veel kleurvarianten zijn. Zo zijn er van Lacerta muralis, of muurhagedis legio varieteiten die soms helemaal niet op elkaar lijken. Lacerta filflaensis heeft wat dat aangaat een nog grotere reputatie hoog te houden. Deze hagedis die alleen op de republiek Malta voorkomt (Drie eilandjes, camino, Gozo en Malta van resp. 1, 10 en 25 kilometer) kent ongeveer 8 ondersoorten die soms volledig anders gekleurd zijn (zie verslag van Malta). Al met al maakt dat het determineren van de ‘echte hagedissen’ er niet gemakelijker op.
De Lacertidae zijn aanmerkelijk minder warmtebehoevend dan de agamen. Juist zij waren dan ook moeilijk te vinden in de zinderende hitte, slechts vier hagedisjes, in twee weken, terwijl het volgens de eilandbewoners er normaal gesproken krioelt van deze dieren, met name op en bij de ruines en rotswanden maar nu: niets. Het schijnt te helpen om ’s morgens bij zonsopkomst te zoeken maar aangezien de juiste biotopen voor deze dieren behoorlijk wat verderop lagen was het niet mogelijk om bij zonsopkomst (ca 6.00 uur) op zo’n plek te zijn, het is namelijk meestal verboden of niet mogelijk om ruines te bezoeken rond dat tijdstip en het rijden in het donker met een gammel scootertje over slechte wegen is ook niet echt aan te bevelen, want ondanks dat de wegen vrij goed zijn ligt er hier en daar nog wel eens een rotsblok op de weg of zit er een meter groot gat in de weg. Ik moest het dus hebben van de dag en avond-uren.

Lacerta trilineata

De eerste podarcis die ik tegenkwam was een vrouwtje van waarschijnlijk Podarcis trilineatus (reuzensmaragdhagedis) die ook weer niet op het eiland zou voorkomen. Ze werd mij aangewezen door Stergos, de eigenaar van het appartement-complex die ik van mijn liefhebberij had verteld. De gebande rugtekening van het vrouwtje zien we vaak bij jonge dieren van andere soorten maar hier betrof het een behoorlijk groot exemplaar van een kleine dertigcentimeter, volwassen dus.
Een andere hagedis die we tegenkwamen rende over de weg en was toen verdwenen, geen foto, geen identificatie.
De derde liep over het terras bij het appartement, amper 6 cm. lang, doodsbang en met een liefhebber zonder camera bij de hand in de buurt. Wederom geen identificatie.
De vierde ontmoeting was tevens de meest interessante, al laat determinatie nog even op zich wachten. Ook hier betrof het een jonge dier, schitterende kleuren een iriserend blauw-groene staart, een plaatje. Er zijn dus ook diverse dia’s van gemaakt die zeer duidelijk zijn.

Anatolacerta oertzeni

Dit diertje vond ik ook op de ruines van Kamiros, waarschijnlijk een heel goede plaats voor het spotten van reptielen in minder warme tijden, mede door de enorme schuilmogelijkheden. Deze Lacertide zat op een muurtje en leek inderdaad de zon te mijden. De intens blauwe staart komt veel vaker voor bij jonge Lacertidae en kan dus nietgebruikt worden voor identificatie, ook de prachtige tekening en kleuring van de rug kan in de loop van de groei van het dier drastisch veranderen. Foto’s van jonge dieren kunnen mij hier wellicht goed bij helpen. Vooralsnog heb ik dier niet kunnen benoemen.

Anatolacerta oertzeni

Bij waarneming was dit diertje ca 11-15 cm groot, het is in ieder geval een soort die vrij lokaal voorkomt omdat ze zeker niet tot de soorten behoort met een groter verspreidingsgebied. Het is dus duidelijk dat het hier gaat om hagedissen die zich in minder warme tijden pas weer overdag zullen vertonen om zo de afnemende zonsterkte te benutten zonder overhit te raken.
Al met al was het dus wat betreft het spotten van hagedissen letterlijk zweten geblazen, ten eerste natuurlijk door de temperatuur, maar vooral voor de moeite die gedaan moet worden ook maar iets te vinden in dit klimaat.

Coluber caspicus en Malpolon???

 

Kop van de net doodgereden coluber.

In de inleiding werd al vermeld dat met name wat betreft de slangen er veel tegenstrijdige berichten komen van het eiland. Als men de plaatselijke bezoekers vraagt naar slangen zullen ze zeggen dat die alleen in de bergen voorkomen, zo ook Stergos, de eigenaar. Ik zei hem op mij beurt dat ik bijna zeker wist dat die dieren ook in de nabije omgeving voor zouden komen omdat het biotoop mij ideaal leek. Het is echter bekend dat vele slangen in landen met hode temperaturen ’s zomers vooral ’s nachts actief worden, niet alleen door de warmte maar zeker ook omdat het voedsel (muizen, hagedissen) rond die periode ook actief zijn gedurende de nacht.

Het lichaam van de 2 meter lange slang

Ik besloot dus op een avond het appartement te verlaten om gewapend met een zaklamp op zoek te gaan in het dorre grasveld naast het appartement. Na een meter of 10 was het als raak! er lag een ruim 2 meter lange, zwart-bruine slang op de grond die ik later determineerde als Coluber caspicus die als enige slang in de regio zo groot wordt en deze kleur kan hebben, maar wederom geldt: ik weet het niet zeker. Na wat foto’s te heben gemaakt bleef het dier stil liggen en later bleek het dier dan ook dood te zijn. Ze was echter nog maar net dood. Aan de zijkant van haar lichaam was zij opengereten en het vlees was nog roze van kleur. Aangezien er een half uurtje voor mijn vertrek een bus was omgedraaid vermoedde ik dat het dier door de banden van de bus zou zijn geraakt (niet echt overreden, want dat was duidelijk geweest.
Het dier was verder nog helemaal niet aangevreten.
De volgende ochtend ben ik teruggegaan voor nog wat foto’s en toen werden de wonden al zwart en waren de eerste vliegen (zeldzaam op het eiland!) en mieren aan hun werk begonnen. Hieruit bleek mijn conclusie van de avond daarvoor de juiste, de slang was net dood toen ik hem aantrof Jammer! De tweede slang vond ik aangereden aan de weg vlakbij Emponas aan de vlanken van Rhodos’ hoogste berg Attaviros. Ik moet hier wederom gissen: Malpolon?

 

Malpolon monspessulanus

In ieder geval een slanke, donkergroene slang van ca 60 cm lang en een ‘driehoekige’ lichaamsdoorsnede. Omdat deze slang al wat langer dood leek te zijn is de determinatie nog moeilijker.
Aangezien ik mag aannemen dat er meer levende dan dode slangen voorkomen loont het absoluut de moeite nog eens te gaan kijken in een ander jaargetijde.

‘Schildpadden’ en amfibiën
Naast de zeeschildpadden die worden gevonden is er niets bekend over beekschildpadden of testudo op Rhodos. Ik zou de vlindevalij van Epta Piges bezoeken en las in een van de promotieblaadjes over de schildpadden die er in het stroompje zouden leven. Ja hoor, er leeft een schildpad, een uitgezette Trachemys scripta elegans, ofwel de roodwang sierschildpad die overal te koop is en in de VS thuishoort!
Ze zijn dus zeer waarschijnlijk voor het toerisma uitgezet. Ik weet overigens nog niet of er wel een moerasschildpad op Rhodos voorkomt (mauremys caspica).
Volgens de literatuur en een internetdatabase zouden er op Rhodos ca 3 soorten amfibien voorkomen, Hyla arborea, Pelophylax cerigensis en Bufo viridis, veel meer is ook niet te verwachten gezien de geringe hoeveelheid water op het eiland!

 

Pelophylax cerigensis (vh. Rana cerigensis)

In het meertje zwommen vrij veel kikkerlarven, naast wat vissen. Wat later toonde zich twee volwassen dieren in amplexushouding. Vrij grote groene kikkers en dus waarschijnlijk Pelophylax cerigensis.
Pelophylax cerigensisis een kikker uit het groene kikker complex waarin pas sinds de introductie van DNA technieken wat duidelijkheid is gekomen, of juist niet!?

 

Pelophylax cerigensis

Pelophylax cerigensis is pas in 1994 door Peter Beerli beschreven als nieuwe soort. De kikker komt aleen op Rhodos en Karpathos voor. Het DNA onderzoek van Beerli van kikkers uit het voormalige Rana esculenta complex heeft een heel aannemelijke migratie-theorie doen ontstaan. Beerli onderzocht groene kikker uit heel europa, gedeelten van Azie en Noord africa en kwam tot de conclusie dat er genetische afwijkingen bestonden tussen bepaalde typelokaliteiten. De ‘stamvadertheori’ leek bewezen met zijn genetisch onderzoek waardoor Rana ceritensis een echte nieuwe soort is van de eilanden Karpathos en Rhodos.
Desalniettemin zullen de diverse varieteiten van de voormalige R.esculenta groep op de grensgebieden kruisen waardoor het wel altijd moelijk zal blijven om met het blote oog dieren te determineren. Opvallend was verder dat in het meer boven op Epta piges veel kikkerlarven zwommen en ik dus ook kikkers in amplexus zag terwijl er in het riviertje (Lautani) geen larve te vinden was, maar wel kikkers (ruim halfwas of volwassen). Dat lijkt er wel op dat het om twee verschillende dieren gaat maar zoals gezegd is het vrijwel onmogelijk de dieren goed te determineren. Op Rhodos kunnen we er in ieder geval zeker van zijn dat het om Rana ceritensisgaat daar kruisingen op dit eiland niet voor kunnen komen daar dit de enige Rana op het eiland zou zijn.

Het karperzalmraadsel:

Watertjes hier zitten ook vol met garnaaltjes

Alvorens ik vertrok had ik veel gelezen en ontdekte een aantal artkelen over een endemishe vis op Rhodos, dwz. een soort die alleen op Rhodos voorkomt. Het gaat om Ladigesocypris ghighi ofwel het Rhodos karpertje.
Dit diertje is een der meest bedreigde aquatile dieren van Europa en zou volgens de literatuur alleen voorkomen in twee riviertjes op Rhodos, de Lautanis en de Gadouras, beiden aan de oostelijke kant van het eiland. De Lautanis is door mij bezocht en de bedreiging van het visje wordt dan snel duidelijk; uitdroging.

 

Ladigecocyphris Ghighii

Het watertje kan in zijn geheel met wandelschoenen doorwaad worden en is dus zeer ondiep. De temperatuur van het water bedroeg 27 graden en dat terwijl het warmste gedeelte van het jaar nog moet komen. Niet alleen verdamping is een probleem maar ook het oppompen van grondwater door de bevolking gedurende de droge maanden maakt het een biotoop dat groot gevaar loopt.

 

Ladigesocypris Ghighi

Bij de Gadouras zou dat probleem ook bestaan en daar zou de waterkwaliteit ook zeer slecht zijn, tevens heeft men plannen daar een dam te bouwen wat het einde zou betekenen voor Ladigesocypris ghighi. Ik heb echter ook Ladigesocypris ghighi aangetroffen onder kremasti bridge, een klein naamloos stroompje in het westen van het eiland!

 

Lautanis, het biotoop van Ladigesocypris Ghighi

Nu is er in 2000 een netwerk opgericht onder de naam natura 2000 waarin reddingsacties voor bedreigde gebieden zouden worden geoordineerd. Nu kan het zijn dat Ladigesocypris ghighi daar is uitgezet maar gezien de enorm grote populatie lijkt mij dat sterk, zeker met de jammerlijke aanwezigheid van een enorm grote populatie Gambusia holbrooki die daar leeft en mogelijk dieren van het geslacht Aphanius hebben verdreven, ik heb ze in ieder geval niet gevonden. Mogelijk is dit dus een derde natuurlijke poplatie op het eiland.

 

Biotoop bij kremasti waar ook Ladigesocyphris Ghighii gevonden is

Het naamloze watertje onder Kremasti-bridge is verder ook heel interessant. Er is een klein stuwmeertje aangelegd dat uitmondt in een klein stroompje, vergelijkbaar met het Lautaki biotoop, ware het niet dat het water hier maar liefst 34 graden was!

 

Gambusia halbrooki van het zuiden van de VS, dodelijk voor inheemse vissen.

Naast de geimporteerde Gambusia’s en Ladigesocypris ghighi heb ik er ook weer zoetwater glasgarnaaltjes, hele mooie, bontgekleurde zoetwaterkrabben en vele waterinsecten gezien. Ook zag ik tijdens mijn vangactie een lange vis onhandig wegzwemmen. Veel te dun voor een aal. Mij rest dus te vermoeden dat het een beekprik is geweest, wat wel overeenkomstig is met het biotoop. Al met al was deze zoektocht meer dan succesvol!

 Vreemde geleedpotigen

 

Waterspinnen rennen met enorme snelheid over het oppervlak

Op het wateroppervlak van de lautakis liepen tientallen spinnen, vermoedelijk een oeverspinsoort. Razendsnel kunnen zij over het wateropperval lopen en stil blijven staan zoals ook ‘schaatsenrijders’ dat doen. Het betrof middelgrote spinnen met een wolfspinachtig uiterlijk, lichtgrijs van kleur. Verder vind je natuurlijk weer tientallen libellesoorten en wat vlinders betreft kom je veel koninginnepages tegen. In het water vind je een enorme diversiteit aan slakjes en insekten(larven).

Koninginnepage

Op lindos kwamen we enorme wespen tegen, een cm. of 4 groot. Zij verzamelde water uit een regenton. De wespen zijn in het geheel niet aggressief en erg mooi: chocoladebruin met twee brede gele banden op de achterkant van het achterlijf. Deze wespen zijn de grootste van Europa (Scolaria) en hun larven leven in Neushoornkevers en ander reuzenkevers die ook veel op Rhodos te vinden zijn.

Een cicadepop

De cicades zorgen de gehele dag voor een ovoorstelbare cacofonie en komen ook in meerdere sorten voor, het zijn vrij grote oerlelijke dieren.

 

Cicade

s’ Nachts nemen andere soorten weer de honneurs waar. De leukste ontmoeting was wel met een Argiope Lobatavrouw met een lichaamslengte van 2,5 centimeter.

Argiope Lobata

Daarmee is it een der grootste spinnen van europa en komt alleen in het zuiden van Europa voor. Een redelijk impossante verschijning, bedenkend dat de Tegenaria’s (onze zwarte kelderspin) maar 12 mm groot zijn, al lijken ze groter dan dat!
Het door mij gefotografeerde dier liep s’nachts over de straat (en is luttele seconden later ook overreden) maar normaal gesproken is het een wielwebspin die een enorm web maakt zoals onze inlandse kruisspin dat ook doet, een bijzonder dier, dat zonder meer! Deze spinnen zitten in dezelfde familie als de Wespspinnen die momenteel naar het noorden van Europa oprukken vanuit Spanje en Z.Frankrijk.
Deze Argiopes maken eveneenals deze A.lobata grote wielwebben, zoals onze eigen kruisspin dat ook doet.
De wespspinnen komen ook al in het zuiden van Nederland voor en zijn er plaatselijk niet zeldzaam!
Voor de aan Aranofobie leidende mensen onder ons één geluk: Deze soort is wel veel kleiner dan de hier afgebeelde lobata.

 De vlindervalei

 

Vlinders van Petaloudes

De vlindervalei bij Petaloudes is een belevenis op zich. Er moet het hele jaar door entree worden betaald om het park in te mogen maar het is lang niet het hele jaar door dat deze valei zich een vlindervalei mag noemen.
Wij hadden geluk!
Het aantal vlinders is ongekend. De vlinders zijn allemaal van dezelfde soort en op zichzelf niet zo spectaculair. Vooral onder in de valei, bij het water is de hoeveelheid vlinders onvoorstelbaar!
Hele rotswanden zijn volgepakt met deze dieren en wanneer zij worden verstoord vliegen zij in eens allemaal op waardoor een ware wolk van vlinders ontstaat.

Deze krabben vind je overal waar zoetwater is

Voor de valei een prettig gegeven: De vlinders voeden zich hier niet en planten zich hier ook niet voort. De dieren lijken zich hier voor de grote trek te verzamelen maar niemand weet zeker wat de bedoeling van deze enorm imposante bijeekomst is! In ieder geval is een collega van mij in mei, eerder dat jaar, ook in de vlindervalei geweest en heeft geen vlinder gezien! U ben wat dat betreft dus wel gewaarschuwd!
Overigens is het park op zich wel mooi genoeg, ook voor een gewone wandeling!

Conclusie
Ik mag over het algemeen niet ontevreden zijn, gezien de hittegolf die anderhalve week aanhield. De laagste temperatuur die we hebben meegemaakt viel in de laatste twee nachten met 27 graden als minimum. Overdag liep het kwik tot over de veertig graden.
Ik ga zeker nog een keer terug, maar dan in het voor of najaar, zodatde dieren hun holen weer verlaten en op de dag wat actiever zijn.
Voor natuurliefhebbers is er op Rhodos in ieder geval genoeg te beleven en voor de cultuurliefhebber ook. Voor de zon, zee en strandliefhebber zal het wel allemaal een beetje teveel zijn. Oh ja, snorkelen aan de oostkust is ook een absolute must voor de bezoeker: Ondanks dat mijn interesse niet direct bij het zeewater ligt heb ik er mijn ogen uitgekeken in het warme, kraakheldere en zeer druk bevolkte zeewater. Zelfs een octopus is blijkbaar geen zeldzaamheid, mijn vriendin zag er één, ik helaas niet.

Wordt hopelijk vervolgd!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*