Frankrijk, Andorra, Spanje 2003

 

Midden en zuid Europa.
26 juli tot en met 15 augustus 2003

geen voorbereiding:
We hebben het plan geopperd om de tent achterin de auto te gooien en maar te zien waar we uitkomen. Het is dan ook lastig om echte plannen te maken. Het idee is in ieder geval wel om de bergen in te gaan maar waar?
er zijn eigenlijk een aantal opties: de Alpen, de Jura, het Schwarzwald en de Pyreneeën. De toekomst zou het leren.

Het vertrek:
Op zaterdagochtend 26 juli 2003 zijn we vertrokken en hebben het Schwarzwald maar gelaten vor wat het was met het naderende slechte weer.
Uiteindelijk kwamen we aan in Frankrijk en stopten in de Haute Jura, een schitterend bergachtiggebied dat een wardig voorloper van de alpen mag worden genoemd.
We vonden uiteindelijk een camping in de stad Saint Claude, ongeveer de grootste stad van het parc de haute jura.

NP. Haute Jura:

Panorama: Jura is prachtig!!!

Alle stadjes hier in de buurt zijn echte slaapstadjes waar na sluitingstijd helemaal nietste beleven is. De streek is dan ook duidelijk gericht op de wintersport en lijkt soms meer op Zwitserland dan op Frankrijk.
Nadat wij de tent hadden opgezet begon het te regenen en het heeft dat de hele nacht volgehouden. De dag daarop hebben we doorgebracht door het gebied door te rijden, eenvoudig omdat het pijpenstelen regende. De panorama’s zijn er werkelijk adembenemend! Door het weer echter was er natuurlijk niets aan fauna te vinden want bij tijd en wijlen stortregende het gewoon.
Of het nu kwam door de regenval of wellicht door de extreme warmte van het afgelopen voorjaar en zomer, maar de gehele weg ligt bezaaid met stukken steen en soms zelfs hele stukken rots, dus voorzichtigheid is geboden.

Route des Cascades, één van de 17 watervallen.

Het gebied kenmerkt zich verder door de vele stroompjes en beekjes en de daarbij horende watervallen.

In etages komt het water naar beneden

Nadat wij deze bezochten bleek het extreem droge seizoen van 2003 ook hier zijn werk te hebben gedaan. De meeste watervallen waren gereduceerd tot sijpelende waterstroompjes. Na wat zoeken echter hebben we wel wat hele mooie gevonden.

Nog één waterval dan...

De tweede dag wilde we eigenlijk een wandelroute gaan doen door het bos maar dit was net mogelijk omdat het vertrekpunt niet te bereiken was waarschijnlijk door schade aan het wegdek of wellicht wateroverlast van de dag ervoor. Op deze dag hebben we dus maar korte wandelingen gemaakt. Wat opvalt aan het gebied is de enorme hoeveelheid vliegende insecten waarvan een behoorlijk deel zich tot doel heeft gesteld zoogdieren te steken of te bijten (al hebben wij daar zelf gelukkig geen last van gehad).
Letterlijk het hoogtepunt van die dag was een bezoek aan de mont Faucille. Daar werd de auto geparkeerd en moet men met een kabelbaan naar de top van deze twee-na-hoogste berg van de Haute-Jura.

Met de kabelbaan naar boven

Voor de berg stond een bord met de mededeling: Een van de mooiste panorama’s van Europa en dat geloof ik graag. Bovenop die berg kijk je over het meer van Geneve tegen de Zwitserse Alpen aan met als uitschieter de Montblanc die boven het toch al niet geringe massief uit toornt. Een onvoorstelbaar mooi gezicht.
Ook hier bleek weer dat het grotendeels om een wintersportgebied gaat. Het aantal toeristen is laag terwijl het weer en het zicht bijna ideaal waren. De hotels zijn berekend op enorme hoeveelheden toeristen, blijkens de drankvoorraad en de grootte van de hotels, echter: er zijn vrijwel geen bezoekers.
Terug naar de camping dan maar…
Onze derde en laatste dag in de Jura hebben we wederom besteed aan rijden en site-seeing. Met de kaarten in de hand zijn we geregeld de wat kleinere weggetjes ingereden en hebben we wat sites bezocht. De eerste waterval die we wilde bekijken omdat deze er op de kaart zo mooi uit zag was de Cascade de Harrisson, deze was vrijwel opgedroogd en weinig spectaculair, al zwommen er wel enkele jonge forellen (eerstejaars en dus heel klein). Ook waren daar kolibrievlinders te vinden die echter zeer moeilijk te fotograferen zijn en ik ben ten tijden van dit schrijven dan ook heel benieuwd of er tenminste een is gelukt. Een rariteit met betrekking tot deze vlinder is, dat gedurende onze vakantie de zomer zo warm werd dat de eerste vlinder die we bij ons in de voortuin tegen kwamen na aankomst een kolibrievlinder w s. Door de enorme hitte zijn de dieren veel noordelijker getrokken dan normaal. We zijn daarna verder gereden richting Syam, door een heel klein bosweggetje. Toen we net het bos in waren gereden vloog er een steenarend een stukje mee met de auto. Deze dieren hoor en zie je vooral ’s mogen en ’s avonds gierend door de lucht zweven. De auto uitgaan was echter geen optie want toen we net de raampjes hadden geopend vlogen de eerste dazen al naar binnen en daar hadden we geen zin in, dus. Het woud uit gingen we naar Syam daar kwamen we ook de mooiste waterval nog tegen: Cascade de Billoude. Deze kwam in etages naar beneden gedenderd en het hele gebied was wel zeer fotogeniek. Toch bleek ook hier dat de Cascade waarschijnlijk in het voorjaar, in een hele grote rivier dendert want in de rotswanden kun je duidelijk zien waar het hoogste waterpeil staat. De rotsen langs de waterval zijn helemaal ingesleten en lijken in dit droge seizoen wel wat op grotten.
De afdaling en op de terugweg de klim naar de waterval is gigantisch. Circa 200 meter steil naar beneden en later omhoog, vrij zwaar maar zeker de moeite waard.
Weer terug op de camping hebben we de wegenkaart maar eens gepakt om te kijken wat de volgende bestemming zou zijn, zou Andorra worden.

Andorra:
Dit kleine staatje van nog gen 500 vierkante kilometer en 65000 bewoners ligt midden in de Pyreneeën en voor ons beide onbekend gebied.
De rit zou uiteindelijk zo’n 700 kilometer zijn.
Nadat we Lyon aren gepasseerd geen de temperatuur weer met sprongen omhoog en toen we bij La Longedocienne aankwamen was de temperatuur opgelopen tot zo’n 35 graden. Ondertussen werd het ook behoorlijk benauwd omdat zich wat regen- en onweersbuien begonnen te vormen. Die bleven we voorlopig wel even voor, gelukkig.
Toen we de Pyreneeën binnenkwamen begon het wel licht te regenen en daardoor schoot het reizen verder niet bijzonder op. Toen het tot Andorra nog zo’n 120 kilometer was en het inmiddels al 2100 uur was geworden en de regen ook met bakken uit de hemel kwam besloten we een hotelletje te nemen op de top van de Mont-Louise. Een 2 sterren hotel dat echter niet te duur bleek te zijn. ’s Avonds wilde even het dorpje in dat omgeven was door een vestingmuur uit lang vervlogen tijd. Het was, zoas vrijwel alle Franse dorpjes, vrijwel uitgestorven en toen we een passant vroegen nar een cafeetje of zo deelde hij mede dt alles dicht was.
Aangezien ook het hotel was gesloten en we wel zin hadden in een alcoholische versnapering liepen we naar het tankstation iets verderop. Dit bleek een Café annex pizzeria annex tankstation te zijn en daar konden we dus aan onze menselijke behoeften voldoen. Lekker geslapen in een hotelbed en genoten van een verkwikkende douche waren we de dag daarna al vroeg op voor het ontbijt. Daarna zog even het stadje ingewest waar een marktje wa waar merendeels prullaria werden verkocht.
Toen hebben we de auto gepakt en zijn richting Andorra gereden.

Pyreneeën

De tocht is adembenemend en de ene col na de andere van 1500 tot 2000 meter (en hoger) staat op het programma. De Pyreneeën zijn werkelijk zeer imposant en je voelt je dan ook wel heel erg klein.
Om drie uur vonden we een camping aan de rand van het centrum van Andorra la Vella, voorzien van alle gemakken. Een foutje mijnerzijds:
We wilden de auto op een andere plek neerzetten en ik wilde dus het toeprandje af, dit was dus duidelijk geen stoeprandje en ik stond dus met de kokerbalken op de rand. Een Frans echtpaar was uiteindelijk zo vriendelijk even te helpen de voorkant van de auto te lichten zodat ik met de achterwelen voldoende grip had. Voor zover nu beken heb ik geen schade al moet ik in Nederland even de balk laten tectyleren, want dat is wel beschadigd.
’s Middags hebben we de stad bezocht om wat toeristische informatie in te winnen en hebben we samen ’s avonds de wandelroutegids doorgespit en wat routes uitgezocht die voor ons te verhapstukken zijn want sommige routes zijn vrijwel niet te belopen door ongetrainde wandelaars.
De tweede dag hebben we een beetje rustig aan gedaan en wat gelezen. ’s middags weer de stad aangedaan en uiteindelijk strandden we op een terrasje aan een plein. Het bleek dat er van 1 tot en met 4 augustus een Mideval Mercat (middeleeuwse markt) werd gehouden. Wij zaten, doordat we er zo vroeg waren op de eerste rang voor een middeleeuwse voorstelling. Uiteindelijk hadden we dus een lekker wijntje en biertje op en waren tegen enen thuis.
De dag daarna (2 augustus) zijn we gaan rijden. De bedoeling was om via L’Ardosa en Ordino naar Arcalis (ruim 2600 meter) te rijden. Omdat ik in Andorra la Vela de afslag l’Ardosa gemist had reden we via Canillo naar Ordino te rijden en dat was een goede keuze bleek achteraf.
Op deze weg lag, op de top van van de Col d’Ordino een natuurpark van waaruit diverse routes te belopen waren.

Wandeling op de Col D'ordino

Wij besloten bergop te lopen en belandden in een onwaarschijnlijk mooie bloemen- en vlindertuin. Met uitzicht op restanten sneeuw in de bergen verderop. Vooral botanisten kunnen hier hun hart ophalen, een ongekende soortenrijkdom aan bloemen en planten op 2000 meter hoogte! Na hier een kleine anderhalf uur rondgelopen te hebben, hebben we de weg vervolgd en de ene ”oh” na de andere ”ah” komt over onze lippen. In dit landschap schieten superlatieven tekort. Vrijwel overal sijpelt water uit de rotswanden en de stroompjes komen bij elkaar en snelstromende riviertjes die het landschap doorkruisen.
Het laatste stuk van de weg is zelfs voor een zware BMW een hele zware klim en op het einde van de weg blijkt dat dit ’s winters een waar skiparadijs is met ook hele zware pistes. Van deze Plaats uit kan er gelopen worden naar de bergkam en dat is nog zo’n 300 tot 400 meter hoger. Mede door de hard brandende zon (die is werkelijk genadeloos) besloten we daarom de kabelbaan te nemen. Deze gaat vrijwel stijl omhoog en heeft nog legio verassingen in petto.

Nog een blik op de pyreneeën

Achter de eerste rots ligt een kraakhelder bergmeer dat gevoed wordt door een watervalletje dat van nog hoger komt. verder stijgend zie je overal kleine meertjes liggen variërend van enkele meters doorsnede tot zo’n 100 tot 150 meter. In ieder geval is het water kraakhelder al staat er in de kleinere watertjes wel behoorlijk wat alg wat natuurlijk ook mede te danken is aan de scherpe zon.
Op de top kun je nog een meter of 25 hoger lopen en kijkt daar in een ravijn waar ook 7 a 8 bergmeren liggen. Het likt er op dat dit vrijwel niet door mensenhanden beroerd is.
De terugweg met de kabelbaan is heel spectaculair omdat je honderden meters afdaalt en dus eigenlijk een enorme afgrond onder je hebt.

Beekje vol kikkerlarven

Eenmaal beneden liep er nog een klein bergbeekje waar ik even in wilde neuzen. De beek zat dus afgeladen vol met kikkerlarven en beter kijkend bleken er ook kliene kikkertjes te zitten. Wat verder van het watertje af, aan de andere kant van de weg, was een stijl omhooglopende berm en daar bleken grotere kikkers te zitten.

Larven van Rana pyrenaica

Vooralsnog houd ik het op Rana temporaria omdat deze het hoogste voorkomt van alle Ranidae al is bijna 3000 meter wel erg hoog!
Zeker gezien het enorme aantal kikkers (zoveel heb ik er nooit bij elkaar gezien) weet ik nog niet zeker of het wel de bruine is. Thuisgekomen lijkt meer voor de hand liggend dat het hier om Rana pyrenaica gaat. Lopend langs muurtjes en rotsen ontwaar ik wel wat uitwerpselen die de aanwezigheid van reptielen doet vermoeden, levende zie ik echter (nog) niet.

Eieren van de levendbarende hagedis, écht waar!

Ik besluit dus wat steentjes te keren en de allereerste platte leisteen (waaruit het merendeel van de Pyreneeën bestaat) die ik omdraai geeft direct een goede troostprijs. Een nestje reptieleneieren van een centimeter of drie groot. Een eitje valt en even schiet door mijn gedachte het eitje te openen. Toch heb ik dit niet gedaan om de natuur toch zijn gang maar te laten gaan. Ik heb het eitje en de steen weer precies zo teruggelegd als zij lagen en hoop dat er toch gezonde dieren uitkomen (waarschijnlijk hagedissen).
Thuisgekomen blijkt dat bepaalde populaties van de levendbarende hagedis (zootoca vivipara) in hogergelegen gebieden in de Alpen maar vooral in de Pyreneeën eieren leggen. Aangezien de levendbarende hagedis de enige is die ik op deze plek zag zal het hier om eieren van de levendbarende hagedis gaan.
De kans om en steen om te keren en deze ontdekkingen doen is natuurlijk heel erg klein en normaal gesproken is de kans op de confrontatie met een levend reptiel vele malen groter.
Aangezien het al bijna half zes was, was het erg koud en dat zal wel de rede zijn dat deze dieren hun nachtkwartieren hebben opgezocht. Het begon immers behoorlijk fris te worden en we hebben dus de terugweg aanvaard.

Vrij warm in andorra 😉

De dag daarna was het heel erg warm en de 40 raden werden in het relatief laag gelegen Andorra la vella overschreden en dus besloten we de weg zuidwaarts maar eens te bekijken. Daar kan men richting oost en west en we besloten dus naar oost te gaan. De eerlijkheid dient te vermelden dat dit niet zo mooi was dan de plaatsen die we tot dan hadden gezien maar we vonden wel heel bijzondere bloemen in het dennenbos. Kleine lage keiharde bloempjes die er echter wel heel fragiel uitzagen(later bleek dit de zilverdistel te zijn). Even later lag er een steen waarop mooie calciet (?) kristallen te zien waren maar, en dat had ik ook nog niet gezien, er zat ook een hagedis op. Ik kreeg het dier amper op de foto maar spoorde natuurlijk wel aan tot verder zoeken. Even later zagen we een mooier en groter exemplaar dat wel voor de camera wilde poseren.

Lacerta aureleoi, de pyreneeën berghagedis

Het ging hier om Lacerta aureleoi, een pyreneeën berghagedis. Dit speelde zich af op zo’n 2000 meter hoogte.
Toen dreigde het te gaan onweren en zijn we weer de berg afgereden . We stopten onderweg nog een keer en vonden daar een paar jonge muurhagedissen (Podarcis muralis) en een prachtige soort Sint Jansvlinder die ook pas later met de foto’s erbij gedetermineerd kan worden.

Podarcis muralis, juveniel.

De dag daarna zijn we naar het zuidwesten gegaan en dit liet weer een heel ander landschap zien. Eerst reden we tot net voorbij de franse grens waar een klein toeristendorpje was. Niet veel bijzonders.
Op de weg terug stopten we bij een beek waar we veel vissers hadden gezien en dat ook vrij geschikt leek voor forel o.i.d. In eerste instantie leek dit aangelegd te zij met asfalt maar het bleek om natuurlijk gitzwart leisteen te gaan. Overigens lijken vele Pyreneeën-bergen zo anders doordat ze uit verschillende soorten steen zijn opgebouwd (ik heb wat stukjes van verschillende bergen meegenomen). Leisteen is echter wel heet meest voorkomend en wordt hier dus ook in de huizenbouw gebruikt, net zoals wij bakstenen gebruiken als ommuring van het beton. Dit ziet er alleen veel mooier uit.
We werden bij het water echter weggetreiterd door diverse zuigers en stekers en hebben boven op de parkeerplek nog wat foto’s gemaakt van vlinders en andere insecten. Verderop zijn we bij kilometer 4 de berg zuidwaarts opgereden en kwamen bij een oud kerkje met enkel daar tegenover een nieuw restaurant en je vraagt je af voor wie dat kerkje was bedoeld. Ook daar troffen we weer muurhagedis aan.
Verder omhoog stonden we op de top en daar was de soortenrijkdom aan sprinkhanen ook weer enorm en ook daar zijn wat kiekjes gemaakt. Sommige soorten zijn voorzien van hele mooie blauwe kleuren.
Op deze berg was goed te zien hoe de bergen uit leisteenplaten zijn opgebouwd.
’s Avonds begaf mijn APS cameraatje het maar dat kan nergens beter gebeuren in een belastingvrije staat als Andorra. Vanmiddag gaan we dus op zoek naar een nieuwe, maar geen APS in ieder geval!
De dag daarna hebben we op de camping vertoefd en zijn ’s avonds een camera gaan halen (een minolta riva 125 zoom and date) en daarna zijn we terug gegaan naar het skioord van de Rana’s met de bedoeling de kabelbaan te nemen en terug te lopen.

Rana pyrenaica, bijna blauw!

Het blijkt echter overvol met toeristen en we besluiten de stroompjes beneden langs te lopen. Naast de waarschijnlijk vele duizenden Rana´s hebben we er nu ook diverse hagedissen kunnen zien. De eerder gevonden eieren zullen dus zeer waarschijnlijk van deze hagedissen zijn.

Rana pyrenaica, normaal gekleurd

Later blijkt dat het om een eierleggende variant van Lacerta vivipara, ofwel de levendbarende hagedis gaat die in deze contreien wél eieren legt. Na de nodige foto’s te hebben gemaakt van diverse dieren (waaronder natuurlijk ook de hagedissen) zijn we weer van de berg afgegaan en dat was voor nu de laatste dag in Andorra.

Nog één keer: Rana Pyrenaica-larven

Blanes
De dag daarna zijn we naar Blanes gegaan omdat het voor onsgevoel ook wel even tijd werd om de knop op ontspanning te zetten. Omdat Blanes niet zo ver van Andorra ligt besloten we om een toeristische route te rijden (over de Alp via Tosas, Ribas en Olot. Gezegd moet worden dat de weg absoluut adembenemend is maar van kilometerslange kronkelwegen door de bergen, waar een reus van een vrachtwagen voor je zit die je niet kunt inhalen knap je ook niet echt op.
Blijkbaar gingen we wel net op tijd weg uit de Pyreneeën want het werd donkerder en bewolkter en op de top van Alp was het ronduit fris.
Na een korte welverdiende Pauze zetten we de afdaling in en begint het zowaar te regenen met weer een aantal vrachtwagens en, erger nog, zondagsrijders voor ons (ondanks dat het vrijdag is). Zo rijden we in drie uur net 100 kilometer en de ergernis begint parten te spelen en de prachtige route kan amper worden bekeken omdat k meer oog moet hebben voor het voorliggende verkeer.
Een van de hoogtepunten van de weg is zonder meer Castellfollit de la Roca. Daar zijn huizen op het randje van een enorme verticale basaltrots gebouwd. De huizen kijken dus recht naar beneden meer dan 60 meter de diepte in. Door het gestrest zijn stoppen we niet maar rijden door, wel met het idee hier toch nog wel een keer naar toe te gaan want zoiets zag ik nooit eerder!
We rijden nog steeds in frisse lucht al gaat de temperatuur omhoog. In het zuiden zien we de blauwe lucht al weer, en nog een half uur later (ruim voor Girona) wordt de luchttemperatuur bijna ondraaglijk warm, even later gaat ook de zon schijnen en is het plaatje weer compleet.
Omdat we het helemaal hebben gehad met de warmte en de vertragingen besluiten we de snelweg van Girona richting Barcelona te nemen. Afsag 9 (Blanes) wordt op die manier snel bereikt mar het geluk acht ons niet toe vandaag!
Net als we de nationale weg naar Blanes zijn ingeslagen stagneert het verkeer weer… FILE!!!
Net voor ons zijn drie auto’s heel erg hard op elkaar geklapt en er wordt gesleept, getrokken, ondervraagd en forensisch onderzoek gedaan alvorens we na een uurtje door kunnen rijden. Ik ben al 5 jaar niet meer in Blanes geweest terwijl ik er vroeger minimaal 2 keer per jaar kwam gedurende 11 jaar. Er is enorm veel veranderd: Restaurant Valkenburg is weg, Annies verjaardag verhuisd en waar deze kroeg eerst zat is nu niets meer (een klein snuisterijenwinkeltje).
Het verkeer in en rond Blanes is wel enorm veranderd, dusdanig dat ik de weg niet meer kan vinden in eerste instantie. De Spanjaarden hebben de voordelen van rotondes ontdekt en plaatsen nu te pas en te onpas rotondes, soms niet echt handig. Erger is het dat de Spanjaarden geen rotonde hebben leren rijden en alles stagneert dus wederom.
Uiteindelijk komen we om ongeveer half zeven, drijfnat van het zweet, op de camping een en hebben dus al met al zes-en-een-half uur gedaan over een ritje van nog lang geen 300 kilometer.
Nadat we de tent hebben opgezet was het tijd voor een verkwikkende douche en zijn we lekker gaan borrelen in mijn oude kroegje ‘Rudi’s Bar’
Onderweg wat handjes van oude bekenden geschud en slapen.
Dat slapen valt tegen, het is bloedheet en Carol vertelde dat het al vanaf mei over de veertig graden is. Heel Europa gaat gebukt onder de hitte, al weken, en in Nederland is smogalarm oranje in werking getreden.
De eerste dag hebben we even op het strand gelegen maar het is veel te. De daaropvolgende avond is dan ook geen succes.
Waarschijnlijk hebben de drank van de avond er voor, het slechte slapen en de vermoeidheid hun tol geëist.

NP del Montseny

We besluiten dus om zaterdag de bergen van Montseny in te rijden en dat is een verademing want het Apine klimaat van de Turo de Lomme is heerlijk, veel frisse wind!
Natuurlijk kon ik ook hier de weg niet meer helemaal vinden want werkelijk overal heeft de rotonde en het asfalt zijn intrde gedaan. Ik ben al vaak op de Turo geweest en ergens midden op de klim was een onverhard stuk waar met een personenauto moeilijk overheen te komen was. Op dat onverharde stuk was een klein beekje waar ik destijds larven vond van de Pyreneeënsalamander die buiten de Pyreneeën alleen hier voorkomt. Dat beekje is dus weg want er ligt gloednieuw asfalt, jammer maar waar.
De extreem hete zomer heeft zijn werk nu al gedaan. De normaal zoveel aanwezige beekjes en watervalletjes staan zo goed als droog. Zoeken naar dieren is dus een hele klus.

Spaanse muurhagedis

Boven op de berg echter blijken de hagedissen nog wel degelijk aanwezig te zijn ondanks de fel brandende zon. Op de eerste dag zie ik vele steenarenden vliegen maar op het moment dat we de deur van de auto open maken blijkt er net een kudde koeien voorbij gekomen te zijn en sterft het er werkelijk van de dazen. De dieren die het tot in de auto hebben gebracht zitten op het grijze dak van de auto en steken daar met hun snuit in op zoek naar iets zuigbaars. Deze hebben het dus niet overleefd.
Naar buiten gaan met korte broek en shirtje is bijna onmogelijk dus laat ik de arenden maar voor wat ze zijn en ga verden naar boven. De wind is er koud en het blijkt dat de top van de turo (1790 meter) behoorlijk druk bezocht wordt. Er zijn nu verschillende wandelroutes terwijl ik in 1992 nog het idee had op nog weinig betreden paden te lopen De radarinstallatie op de top was voor legerdoeleinden en destijds redelijk zwaar bewaakt. Nu heeft het waarschijnlijk een andere bestemming en mogelijk een meteorologische omdat op de tweede top een meteorologisch station is gevestigd.
Een korte wandeling laat ons drie hagedissen zien… ze zijn er nog, gelukkig.
Het is al vrij laat en onderweg terug worden we opgehouden door de vrij lopende koeien die werkelijk omgeven zijn met dazen. Een fotootje door de voorruit dan maar!
De dag daarna (zondag) ebben we weer de warmte gemeden en zijn terug gegaan naar de turo en zijn prachtige omgeving. Deze wandeling lat ons de reuzenbijen zien die we ook al op malta zagen. Deze ca 5 cm grote hommelachtige bij is blauwzwart en blijkbaar ongevaarlijk want last heb je er geenszins van.
Wederom prachtige vlinders op deze hoogte maar behoudens drie eerstejaars, geen volwassen hagedissen.
Daarna nog even de buurt bereden en weer terug naar de camping.
We besluiten op de camping te eten en tegen de tijd dat de zon onder gaat ziek in in de struiken iets van tak tot tak huppen.

Mediterrane boomkikker, Hyla meridionalis

Het blijkt en Iberische boomkikker te zijn; Hyla meridionalis. Deze kikker wijkt af van de gewone boomkikker door het ontbreken van de donkere lijn langs het lichaam. Bij de meridionalis stopt deze bij de kop.
Gelukkig heb ik binnen een paar minuten de camera en flitser gehaald. Mijn vraag is echter waar dit dier vandaan komt, er is in geen velden of wegen zoet water te vinden, behoudens het gechloreerde zwembad van de camping!

Hyla meridionalis, erg ver van geschikt water...

Het is derhalve wel duidelijk dat er in de directe omgeving een behoorlijke populatie moet zijn.
De maandag hebben we gebruikt om naar het Dali-museum te Figueres te gaan. Niet direct mijn keuze maar wel een na te komen belofte. Het is wederom bloedheet maar het museum heeft een rustig werkende airco waardoor het nog enigszins draaglijk is.
Daags daarna (vandaag) hebben we op de camping doorgebracht, met iets meer wind dan voorgaande dagen dus wat aangenamer. Morgen is de laatste dag en dan… terug naar huis.
De terugreis verliep ellendig slecht. De ene file na de andere omdat er op de peage een ongeluk was gebeurd. De Fransen adviseerden de reizigers een afslag te nemen die ongeveer 100 kilometer voor het ongeval lag, een blik op de kaart maakte duidelijk dat dit niet de beste keuze was. De geadviseerde afslag stond dus helemaal dicht met een file van een kilometer of 10. De hele snelweg verkoos deze afslagte nemen en door twee tolpoortjes te gaan.
Toen dus de N6 tot Valence, weer de peage op, bij Metz een tukkie doen en naar Nederland.
Het was al met al een redelijk geslaagde reis. Europa kreunt van de droogte en de hitte maar ondanks dat heb ik nog behoorlijk wat dieren kunnen waarnemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*