Ecuador 2003

Ecuador
21-12-2003 tot 8-1-2004

Inleiding:

Fotograferen aan de oever van Rio Inchiaqui

Latijns Amerika blijft natuurlijk trekken en na wat opties bekeken te hebben kozen we voor een verblijf van de Haciënda “Hakuna Matata” van Rudy en Marcellina bij Archidona. We hadden het geluk dat zij vlak na onze aankomst ook aankomen in Quito na een familie bezoek in Nederland en België en dus met hun kunnen meerijden naar Hakunamatat, mooier kon het bijna niet. Daarnaast was alles, inclusief de tickets eigenlijk in drie dagen geregeld; “lang leven het internet” zullen we maar zeggen…
Na veel lezen, vragen en zoeken op het net krijgen we al een aardige indruk van wat ons te wachten staat. Het is er warm, mooi, rustig en, het belangrijkste, we zitten midden in de jungle aan de oever van een watertje dat de Rio Inchillaqui heet.
Jan Verkade, medelid van Dendrobatidae Nederland, en ook toekomstig bewoner van Ecuador kan ons een dezer dagen ook nog voorzien van de nodige informatie dus mooier kan het bijna niet!
Een aantal weken geleden hebben we de nog resterende tropenvaccinaties gehaald bij de AMD van het Radboud (waar ik werk) en zijn er wat dat betreft klaar voor. Eigenlijk hadden we alleen de vaccinatie voor gele koorts nodig maar Judith had de rest (hepatitis A, DTP) nog niet maar ook dat hebben we meteen gedaan zodat we de komende 10 jaar direct weg kunnen wanneer we dat willen. Naast de onvoorstelbare hoeveelheid insecten,reptielen en amfibieën kunnen we ook rekenen op vis!!! Mijn oh zo geliefde Apistogramma’s komen er ook voor en het schijnt vol te zitten met o.a. meervallen… we zijn benieuwd.
We vliegen met Iberia, zondag 21 december, naar Barcelona alwaar we omstreeks half vier aankomen. Dan moeten we wachten tot de dag daarna wanneer we om acht uur richting Zuid-Amerika vliegen. Als alles goed gaat komen we om ongeveer alf vier lokale tijd aan en is er een hotelkamer geboekt voor twee nachten in Hotel Vic.
De dag daarna komen Rudy en Marcellina aan en gaan ook naar VIC alwaar we de nacht door zullen brengen. De dag daarna gaan we naar Archidona waar we gebruik zullen maken van de vol pension. We hebben vele mail bijlagen toegestuurd gekregen van Rudy en er is heel veel te doen.
Naast de normale zaken die ik meeneem wil ik voor de periode aldaar een nieuwe (digitale) videocamera kopen omdat mij camera een klein probleempje heeft met vocht en omdat die toch wel vrij groot is om mee te nemen. Vele diarolletjes zullen ook deel uitmaken van de oh zo belangrijke paklijst… nu hebben we er nog maar 4 weken voor om de laatste dingetjes te regelen, het is 27 november.

23-12-2003; de eerste kennismaking

De stad Quito (op 2800 meter hoogte)

Zondagmorgen hebben we de trein genomen naar Schiphol en het inchecken verliep probleemloos met uitzondering van een volledige fouillering door de marechaussee. De vlucht duurde twee uur en ook op Barcelona… vrijwel geen controle, we konden overal doorlopen. Het enige vervelende was dat ik weer eens door mijn rug ws gegaan met het oppakken van mijn loodzware tas. Op de luchthaven van Barcelona hebben we een hotelletje genomen voor de nacht. Toen we daar aankwamen hebben we een lekker driegangen menu gegeten. Judith voelde zich niet zo lekker, dat was jammer. Het ergste was dat ik dus ook flink de griep kreeg en waren we dus samen ziek… Echt ziek! Enfin, op Barcelona stapte we in het vliegtuig richting Madrid, en vlucht van een uur en daar konden we direct het vliegtuig naar Quito in.
Al met al wel een hele goede vlucht maar allebei hartstikke beroerd. In Quito was er ook vrijwel geen controle en we zaten dus al snel in de taxi richting rabida y la nina, een rit van drie kwartier door de enorme drukte.
Eenmaal in VIC aangekomen werden we zeer hartelijk ontvangen door de eigenaresse, een Vlaamse vrouw die een organisatie beheerd om de armen in het bergdorpje Guamote een betere kans te geven middels opleiding van de jongeren. De opbrengsten van het VIC gaan ook naar die organisatie, www.inisisa.org (/VIC).
We zijn al om een uur of zeven naar bed gegaan en hebben gigantisch liggen zweten in bed, dus toch koorts waarschijnlijk. Ik was dus al weer om een uur of twee wakker en kon niet meer slapen. Toch tot zeven uur blijven liggen en na het ontbijt kreeg ik het echt moeilijk. Na een uurtje of wat knapte ik iets op en ben ik naar buiten gegaan met Judith om wat medicijnen te kopen en om boodschappen te doen. Tevens hebben we een e-mail verstuurd zodat thuis ook iedereen weet dat het goed is. Overigens bleek onze griep niets bijzonders te zijn; er was een officiële griepepidemie gaande in Nederland. Hadden ze daar nou niet 1 weekje mee kunnen wachten? Later die dag kwamen Rudy en Marcellina aan. Nadat we ze geholpen hebben met het uitpakken van hun bagage kregen we de tip om naast het VIC te gan eten: ”Crêpes and waffles”. Ondanks dat het geadviseerde ”Pollo….Hindu” erg lekker was konden we allebei de Crêpe niet op, er zat ten eerste een heleboel kippenvlees op maar we waren nog steeds niet beter en zijn teruggegaan naar het VIC alwaar we weer gingen slapen. wederom waren we om 4 uur wakker (jetlag?) en wachtten op het ontbijt.
Nadat de bestelbus, overbeladen en wel was ingepakt konden we aan de reis naar Hakunamatata beginnen. Het eerste stuk was fenomenaal, de hoogste bergpas in Ecuador over de Andes… 4000 meter hoog. Helaas was het erg bewolkt en regende het. Door de valleien van de Andes lopen snelstromende bekjes die uiteindelijk uitmonden in de Rio Napo die op zijn beurt als een van de velen de Amazone voorziet van water. Net over de top hebben we gestopt om te genieten van een thermaal bad, opgewarmd door aardwarmte. Het water dat in de baden wordt geleid is bloedheet… een heerlijke ervaring.
In Baeza stopte we even om op zoek te gaan naar de familie van twee kinderen die een vriend van mij op de foto had gezet, drie jaar geleden maar het hotelletje met een luipaard op de gevel was niet te vinden, Rudy zou de komende tijd eens navraag doen, we zijn dus doorgereden.
Na Baeza zijn veel kleine Nederzettingen van Quechua indianen die uitermate arm leven. De weg wordt naar beneden toe steeds slechter en de volgepakte reiswagen is in het geheel niet geschikt voor deze wegen.
Onderweg moeten we over talloze bruggetjes die op instorten lijken te staan en één is er zelfs helemaal ingestort. Alles gaat goed tot we op een echte noodbrug komen omdat de eigenlijke brug in ingestort, het eigenlijke wegdek licht nog onder de noodbrug en degene die er op dat moment overheen gereden is, is er niet veel vrolijker van geworden.

Weinig vertrouwen in deze brug

Onze bus echter kan aan de andere kant van de noodbrug niet verder en rijdt achteruit om af te zakken naar de oever van het riviertje om door het water aan de andere kan te geraken. De rest van de reis verloopt probleemloos en bij een tankstation waar ook het kantoor van Hakunamatata is gevestigd stoppen we om alles uit te pakken.
We worden daar opgehaald door een personeelslid van Hakunamatata met een volledig omgebouwde terreinwagen om door een jungleweggetje van een kilometer of drie richting onze Cabaña te rijden.
Alvorens we op de plaats van bestemming zij moeten we eerst uitstappen omdat we over een hangbruggetje moeten en de auto zo licht mogelijk moet zijn. Wij lopen er over en de brug golft enorm. Eindelijk zij we er en het ziet er werkelijk uit als een paradijs!
Eerst een biertje drinken bleek het motto maar Judith was nog steeds niet lekker en we zijn dus snel daar de leuke Cabaña gegaan, echt heel erg leuk.
Terwijl Judith weer even het bed opzocht ben ik een klein stukje gaan wandelen, want mijn conditie was ook tot het nulpunt gedaald, en zag in de Rio Inchillaqui Cichiden!

Rio Inchillaqui

Welke weet ik nog niet maar daar maak ik ook nog een dagje van. (dat dacht ik toen tenminste maar later bleek dat de oever door de hevige regenval er vrijwel iedere dag anders uit ziet. Het water kan er binnen een paar uur meters stijgen en weer zakken!)
Het avondeten was heel lekker (Spaghetti bolognese) maar ook ik werd beroerder en beroerder en kon dus het eten niet op. We gingen dus vroeg naar bed en stonden om 6 uur op en maakte een korte wandeling, we voelen ons een stuk beter, wat dat betreft is gelukkig het einde in zicht. Hiernaast “onze” trechterspin die voor de cabaña zat en iedere ochtend zijn web opnieuw bouwt.

Tegenaria?

’s Nachts blijft het warmer dan 20 garden en overdag za het een graadje of 25 zijn geweest ondanks het miezerige weer. Vanmorgen regende het ook een beetje maar nu, 09.30 uur breekt de zon door en ziet het er voor het eerst allemaal wat rooskleuriger uit sinds onze aankomst.
Het is eerste kerstdag en we voelen ons bijna beter. Ik ben dus naar de inchillaqui en de randwateren gegaan gegaan om wat metingen te verrichten: in de verschillende wateren zit maar heel weinig verschil, wat op zich verrassend genoemd mag worden.

Rio Inchillaqui

De volgende waarden zijn gemeten:
Temperatuur 20 C
pH electronisch 6.9
PH strip 6.4
NO2 0
NO3 0
GH 3
KH 0

De enorm grote trechalea spinnen zien er gevaarlijk uit maar zijn zeer schuw

Overal langs het water zitten hier, tot 20 cm. grote oeverspinnen die plat op de stenen oevers wachten op nietsvermoedende voorbijzwemmende dieren (het blijkt om een trechalea-soort te gaan).

Zelfs vissen van behoorlijk formaat worden niet versmaad!
De derde dag heb ik de eerste route op Hakunamatata gelopen en omdat het de hele nacht had geregend was die berenzwaar. De ondergrond is kleiachtig en dus heel erg glad. De eerste twee tot driehonderd meter gaan stijl omhoog. Ik hoorde de Dendrobates amazonicus zingen maar kon niet bij de bromelia’s waarin zij huisden omdat die te hoog hingen of in tè dicht struikgewas zaten. Het tweede stuk wemelt van allerlei soorten kakkerlakken en spinnen.
Daarna kwam er een open weide waar ik ook weer de Dendrobates amazonicus hoorde maar helaas niet zag. Toen ik een stroompje overstak zat dit vol met larven van wat volgens mij kleine kikkers moeten zijn. Ook zwommen er weer scholenvisjes, zalmpjes in dit geval. Ook weer een bezoek waard dus.

De wandeling langs de Inchillaqui is niet bijzonder tot… Vlak voor mijn voeten schiet een roodbruine slang van ca 1 meter weg tussen de struiken, helaas zag ik die te laat om er nog een foto van te maken.
Na ook wat vreemde insecten te hebben gefotografeerd moeten we over een klein watertje dat naast de inchillaqui ligt.

Een soort schildwants

Daarin zaten tot mijn verbazing dezelfde Cichliden die ik in de inchillaqui zag.
Het gaat in misschien om een Aequidens of Laetacara soort maar een ander zou ook mogelijk zijn… prachtig (het blijkt om een Bujurquina-soort te gaan!). Vanmorgen gingen we naar Tena, om te telefoneren en om zakdoekjes te kopen, de griep houdt nog steeds huis.

Vissen scheppen in één van de kleine watertjes

Pogingen om de cichliden te vangen hebben enkel geresulteerd in een netje vol citroentetra’s (Hyphessobrycon pulchripinnis). De cichliden houden zich dicht bij de dichbegroeide oever op en verdwijnen onmiddelijk in de begroeiing bij ieder onraad.

Hyphessobrycon pulchripinnis, citroentetra

De volgende keer wil ik de dieren proberen ’s nachts te vangen, wanneer zij slapen.
Naast deze cichliden, die on snelstromend ondiep water veel voorkomen, zag ik ook in wat grotere poelen Cichalsoma festae met jongen! Ook in de natuur zijn het agressieve dieen die elke indringer met stevige beten berjaren.
Het meest bijzonder waren echter de 2 cm grote Rineloricaria die ik tot dusverre niet heb kunnen determineren.
Vooral in heel ondiep water zie ik de dieren geregeld en zij lijken wel volwassen te zijn.
Jan Verkade loopt hier al heel wat jaartjes rond en ziet ze altijd.
Op de plek waar ik ze vind zitten geen grotere dieren. Wanneer er grotere dieren zouden zijn moeten die stroomopwaards zitten (omdat het ondiepe water via een watervalletje naar beneden velt en daar geen vis tegeop kan zwemmen).
Stroomopwaards echter is niets te vinden van Rineloricaria’s.

Dagje Tena
De markt in tena.

De markt in Tena

Tena is een bloedhete stad met ongeveer 4000 inwoners (en geen 20000 zoals vele reisboeken doen geloven). Het is er rustig en stil, zelfs vandaag tijdens de markt.
Het is de hoofdstad van de oriënte en een uitermate vriendelijk stadje.
Het is sowieso opmerkelijk hoe vriendelijk de Ecuadoraanse bevolking is!
Toen de zon daar doorkwam begonnen we vrijwel direct te verbranden, ongelooflijk hoe warm de zon hier kan zijn!
Vanuit Tena kijk je op het werkelijke amazonegebied, een indrukwekkend schouwspel.
Wanneer het erg helder is zijn diverse vulkanen te zien en die zijn in Ecuador heel erg groot, veel groter bijvoorbeeld dan in Costa Rica.

Terug op Hakunamatata begon het te betrekken en later luidde er een enkele onweersklap maar al snel was het weer droog. Ik ben dus weer gaan wandelen en het landtongetje bij de Inchuillaqui dat “het eilandje” wordt genoemd doet spookachtig aan met zijn luchtwortels.

Hierboven is dat goed te zien.
Op de bodem van dit woud liggen op sommige plaatsen minuscuul kleine varentjes en juist tussen die groene varens zit natuurlijk veel vocht. Als je heel voorzichtig loopt zie je daar hele kleine kikkertjes, waarschijnlijk een Adenomera soort.
Er zitten echter ook andere soorten en ik heb minstens 5 verschillende soorten gezien.
Na deze vrij korte wandeling ging ik terug naar Hakunamatata.
’s Middags spraken we af met kennissen om maandag (overmorgen) naar het Amazonewoud aan de Rio Napo te gaan.
De zondag (zaterdagavond eigenlijk al) kreeg ik last van mij maag en het was bloedheet (29 graden met stralende evenaarzon, het is bijna niet uit te leggen hoe warm die kan zijn).
Ik heb dus wat op de veranda van onze cabaña gezeten en als je heel stil blijft zitten komt er werkelijk van alles voorbij. Plotseling zag ik op een tak het Silhouet van een Anolis!

Anolis species

Nader bekeken lijkt het om Anolis punctatus te gaan, een mooie groene soort!
Ook kregen we bezoek van een wel heel erg kleine kolibrie die ons later vaker bleek te bezoeken.
verder was het stil.
De Anolis is een heel slim diertje.
Ik wilde deze namelijk van de andere kant uit fotograferen maar het dier draait dan dusdanig om de boom dat ik ten aller tijden naar de stam zit te kijken. Het diertje blijft net zo snel ronddraaien als ik.

Anolis punctatus

Door de hitte hadden blijkbaar alle dieren het daarna even voor gezien gehouden.
Maandag voelde ik mij gelukkig iets beter en kon dus mee met de Amazonetrip…

Tocht over de Rio Arajuno

Punto ahuano

Eerst zijn we naar Punta Ahuano gereden, de plaats waar Octavio vandaan komt, onze indiaanse gids die werkt op Hakunamatata.
Daar zijn we doorgereden naar de rivieroever, net bij de afsplitsing van de Arajuno rivier. Daar hebben we een boot genomen, de Rio Arajuno op.
Na een kwartier varen met behoorlijke snelheid stopten we aan een steile oever. Er liep een heel smal bospad, werkelijk helemaal in niemandsland en Octavio vertelde ons vele indianen (Quechua) wijsheden over de planten die daar groeien.
Eerst liet hij een familie van de banaan zien die wordt gebruikt om eten in klaar te maken. Om een gerecht worden de bladeren gevouwen. Naast dat de bladeren verbranden op open vuur tegenagaan zijn zij tevens een indicator voor het klaar zijn van het gerecht.

Bladerdak op de Rio Arajuno

Wanneer de buitenste twee bladeren zijn verbrand is het eten van binnen klaar, er worden vijf bladeren om het gerecht gevouwen. Later stopte we bij een boom waar al een heleboel inkepingen in zaten, je ziet dat veel bij bomen langs Quechua paden.
Octavio vertelde bij de ene dat de latex die daar uit komt gebruikt wordt als een soort gom die zelfs sterk genoeg is om kleding mee te repareren.

Zijde-aapjes worden als huisdier gehouden door de lokale kinderen.

Een andere boom gaf een geneeskrachtige latex die voor ontsmetting en als medicijn wordt gebruikt Bij een andere boom bleek de bast geneeskrachtige werkingen te hebben tegen allerlei kwaaltjes wanneer er thee van wordt getrokken. Ik heb die thee (in combinatie met bessen) ook gehad voor mijn maag en ik laat hier in het midden of het werkt, de extracten zijn zo licht dat je warm water drinkt met en kleurtje en een heel licht-zuur smaakje waarschijnlijk veroorzaakt door tannine.
Wat verderop stopte we bij een plant die je hier overal ziet groeien, een plant met heel duidelijke en regelmatige nerven. Er komen meer dan dertig soorten van voor in de jungle.

In de oksels van deze planten zie je kleine verdikkingen. Hierin leeft een soort miertje in symbiose met de plant en deze laat mierenzuur achter in de verdikking. Wanneer je de verdikking opent en in het binnenste proeft proef je citroen. De indianen gebruiken het als een soort lekkernij en ook dit schijnt heel gezond te zijn.
Wat verderop hing een groot termietennest aan een boom. Octavio legde uit dat de termieten ongevaarlijk zijn voor de mensen maar veel schade toebrengen aan het hout. Ook de termieten hadden hun functie: Fijngemalen fungeerde tij als muggenbalsem, muggen komen niet meer in de buurt.
Een soort overleveringsverhaal vertelt dat men een baby nooit onder de termieten mag leggen maar wanneer de termieten zijn uitgerookt is het daarom juist heel erg veilig om je baby onder het nest te leggen.
Heel,interessant zo’n wandelingetje door de natuur met de kleinzoon van een sjamaan!

De sjamaan van ahuano is de grootvader van onze gids

Op de top genoten we van een geweldig uitzicht over het woud langs de Arajuno.
Van daaruit voeren we verder in de Arajuno op. en stopte op een eilandje waar, ook helemaal in niemandsland, een klein museum was ingericht in een indianenhut waar de dierenvallen van de indianen te zien waren, onwaarschijnlijk hoe inventief die mensen zijn met een touwtje en wat takjes; vrijwel alles is gebaseerd op de kracht van een op spanning gezet takje, met stroppen, neerklappende plankjes et cetera… ongelooflijk, daar gaan we met onze moderne technieken.
Buiten het museumpje konden we met een blaaspijp met pijltjes schieten. Wij hebben al moeite met het raken van een houten papegaait op 6 meter voor ons terwijl de indianen ze uit bomen van wel 20 meter hoog schieten. Voor ons alleen al een crime om de diertjes te kunnen zien, de blaaspijpen zijn ook zwaar en wel twee meter lang!
Na dit bezoek voeren we verder over de Arajuno, om het eilandje heen. Overal langs de oever zie je indianen die vriendelijk zwaaien en soms graag gefotografeerd willen worden. Ze verplaatsen zich middels hele kleine kanootjes, gemaakt van uitgeholde bomen. De meeste indianen leven groepsgewijs in hele kleine communidads maar langs de oever zie je een enkele keer een wat groter dorpje. Schrijnend was het te zien om een dorpje, zeer vervallen en armoedig, aan de voet van een berg te zien liggen waar bovenop een enorm luxe hotelcomplex lag dat door Zwitsers was gebouwd, compleet met meerdere zwembaden en luxe lodges (wel: $70 halfpension!).
Na het rondje eiland zijn we teruggegaan naar het vertrekpunt voor en heel eenvoudige maaltijd: rijst met roerei, Yucca (precies als een gekookte aardappel!) en tomaat, zeer eenvoudig maar behoorlijk smakelijk. Tevens werden er twee grote kannen met ijskoude grenadine op tafel gezet.
Daarna vertrokken we naar het hoogtepunt van deze reis: Een Quechua communidad die vrijwel nooit in aanraking komt met blanken! Voor deze ontmoeting moesten we ook giften meenemen in de vorm van snoep voedsel en balpennen. Aan wal worden we door heel erg verlegen mensen opgewacht.

President met zijn familie, de door ons geschonken pennen en een borrel teveel op...

De president (zoals de hoofdmannen zichzelf noemen) geeft iedereen een slap handje waarbij hij zijn hoofd afkeert van de bezoekers, uit pure verlegenheid.
De communidad is vrij van bomen gemaakt en er worden bananen, yucca en nog wat andere dingen geteeld.

Wat pannen en een vuurtje, veel meer hebben ze niet!

We worden uitgenodigd in zijn huis en dat is niet veel meet dan at planten en een dak. Geen bedden, geen stoelen alleen twee houten bankjes en een tafel waarop wat pannen staan. In het midden van de woonruimte staat een open vuur dat constant brandt (ook tegen ongedierte).
Wanneer we binnenkomen staan alle kinderen naar ons te kijken en zijn heel verlegen maar nieuwsgierig. De vrouw van de president zet iets op het vuur, het blijkt het beruchte spuugdrankje te zijn. Wat ingrediënten (in hoofdzaak Yucca) worden met speeksel en water vermengt. Door de gisting wordt het prutje wat zurig en bevat ongeveer 2.5% alcohol. Ik heb wel een slokje geproefd en het lijkt een heel klein beetje op karnemelk. Iedereen nam een slokje maar Octavio dronk de halve pot leeg!
De mensen leven van eieren, kip en wild, Yucca en Bananen maar lijken daar prima op te gedijen, geen ondervoeding.

Een jong indianenmeisje met haar kind.

Vaak zijn de indianen al rond hun 13e moeder en zijn vanaf dat moment ook verbonden aan hun man.
Deze kunnen onder invloed van alcohol nog wel een wat klappen verkopen aan hun echtgenoten. De vrouwen staan dit allemaal toe en blijven hun echtgenoot steunen.
Ziekten als AIDS komen door dit monogaam gedrag niet of weinig voor, als schijnt syfilis wel veel bij oerwoudindianen voor te komen. Op deze communidad was een schooltje gevestigd, bekostigd door europa. Er woont dan een lerares die de kinderen een wat meer kansrijke toekomst probeert te bieden. Octavio is ook op die manier uit de communidad gekomen en studeert nu aan de universiteit. Een heel lelijk modern gebouw in Tena, temidden van heel veel rotzooi!
Het schooltje op de communidad krijgt zijn elektra van een zonnecel die ook door europa bekostigd is. Het sterke hiervan is dat de levenswijze van de indianen niet wordt aangetast en dat zij in hun gewone communidad kunnen blijven wonen.
De Quechua lieten ons wat kettinkjes zien die ze hadden geknoopt. Ze vroegen twee dollar maar we moesten afdingen omdat ze anders denken dat je het mar uit beleefdheid koopt en niet omdat je het mooi vindt.
Na dit bezoek bezochten we de grootouders van Octavio wiens grootvader sjamaan is en alles weet van kruiden en planten. Hij had een heel bitter goedje in een fles dat ook geneeskrachtig zou zijn.
Hun huis is iets royaler dan de communidad waar wij waren. Ze hebben elektra en bedden en een hele kleine tv, maar verder helemaal niets ondanks dat zij tot de meer welgestelden behoorden.
Een van de kinderen liep met een dwergaapje op zijn hoofd, dit diertje was verworden tot huisdier en heel erg leuk om te zien. Het was tijd om terug te gaan na een heel enerverende en ook wel zware dag, het was geweldig al is een licht gevoel van gene wel op zijn plek als een groepje bevriende toeristen daar zijn camera’s richt op een indianenfamilie in hun eigen huis.
De dag daarna konden we niet veel doen omdat het weer enorm regende, het komt in het regenwoud wel meer voor natuurlijk mar hier kun je er niets van op aan hoe het weerbeeld verloopt, dit in tegenstelling tot veel plaatsen in Costa Rica waar en enorme regelmaat in het weer zit.
In de loop van de dag kaarde het iets op en ’s avonds was het weer helder, een enorme sterrenhemel is dan te zien, nimmer zag ik zoveel sterren!
Ik ging nog even op pad om de ”kikker met het vreemde geluid” te zoeken (derde poging) en deze keer wel met succes, het blijkt een enorme blaaskaak van maar een centimeter of 4 te zijn, wel op de foto en de film kunnen zetten, gelukkig.

Oudjaar.
Ik ging nog even op pad om de ”kikker met het vreemde geluid” te zoeken (derde poging) en deze keer wel met succes, het blijkt een enorme blaaskaak van maar een centimeter of 4 te zijn, wel op de foto en de film kunnen zetten, gelukkig. Het blijkt om een Eleutherodactylus ssp.te gaan waarvan heel veel soorten hier voorkomen.
De dag daarna was gelukkig weer wat opgeklaard en ik kon wat gaan wandelen, niet te ver want Judith heeft nog steeds problemen met haar darmen. Langs het watertje dat door de haciënda loopt en ook de inchillaqui voedt zag ik tot mijn gote vreugd ook Aequidens zwemmen. Het watertje heeft vrijwel dezelfde samenstelling als de Inchillaqui zelf maar is alleen een graad of drie warmer: 23 graden Celsius. Al het water hier is dus niet warmer dan 23 graden! Ik zal er een dezer dagen eens meer van proberen uit te vinden.
Deze dag zijn we al vroeg naar Pangaea gegaan omdat het oud-en-nieuw begon. De mensen van VIC waren er ook en er kwamen nog meer bekenden van Rudy en Marcellina.
Na wat verrukkelijke hapjes en een prima diner zijn we naar het kampvuur gegaan. De man van Esther, die vroeger straatmuzikant was, zong en speelde met zijn gitaar de sterren van de hemel, toch gingen we vrij vroeg naar bed (half een) omdat ik morgen zou gaan raften!

1 januari: Raften
s’ Ochtends reed Rudy ons naar de vertrekplaats voor het raften, een categorie 3+ en later 4 tocht over de Rio Jatunyacu.
Alvorens we te water werden gelaten moetsen we een redelijk barre tocht afleggen met een 4WD richting Amazonia. Onderweg moesten we twe keer stoppen om omgevallen bomen (door de overvloedige regen van de afgelopen dagen) met een machette te klieven en van de weg te verwijderen. Ongelooflijk dat zelfs hier nog communidads zijn!
Onderweg zien we eigenlijk overal wel mensen die langs de weg liggen te slapen of enorm dronken door de straat gaan, op enkele plaatsen is nog steeds feest en vlak bij een vrij grot dorp in de jungle zien we een man die duidelijk beschonken is maar ook heeft gevochten, hij wordt door twee vrienden ondersteund… gelukkig nieuwjaar!
We worden te water gelaten en Timothy, onze instructeur en Abby, het meisje dat met de kajak meevaart voor de veiligheid, geven eerst wat uitleg over commando’s, ritmes et cetera.
De oever van deze rivier wordt ook door verschillende indianen communidads bewoond en ook zij zwaaien vriendelijk naar ons. We worden steeds bedrevener in het raften en af en toe laat Tim ons een behoorlijke golf door varen wat vrij spectaculair is. Achteraf haf een klasse vier mij wel wat meer geleken maar het was heel erg leuk.
Het hoogtepunt van de reis was wel een stop langs een oever alwaar we een wandeling maakten door een kloof die zo overweldigend mooi is dat je bijna niet kunt geloven dat je er bent geweest. Een kloof tussen twee rotsen van wel 200 meter hoog die helemaal beplant is en zo enorm groen!!! Het is werkelijk niet uit te leggen. Halverwege een enorme rotswand met alleen mar spinnenwebben, een snelstromend watertje met kraakhelder en warm water (met vis!) maakt het sprookje compleet. Helaas konden we maar een half uurtje blijven omdat we om vier uur in porto Napo moeten zijn. De tocht zat er op!
De tweede dag van 2004 was weer regen, regen, regen. Tot de middag toen klaarde het wat op. We maakte een korte wandeling over de heuvelrus maar er was weinig te zien omdat het niet echt mooi weer wilde worden. Ook het wandelen is door de enorme regenval niet gemakkelijker geworden en soms sta je tot je hielen in de modder.

Prachtig biotoopje

Bij terugkomst begon het weer te regenen… Drie januari was een iets betere dag en zijn we het beekje door de haciënda wat beter gaan bekijken, Cichlasoma (met jongen!), karperzalmpjes en Aequidens zijn de grote trekpleisters maar nog veel indrukwekkender zijn de oeverspinnen die soms wel een doorsnede van 20 centimeter hebben. Bij nadering van mensen schieten zij razendsnel (met het blote ook niet te volgen) tussen de stenen. De dieren zijn volgens de mensen hier dodelijk zijn maar ook dat zal wel weer sterk overdreven zijn want al zou je het willen, je krijgt ze niet te pakken en ze zijn onwaarschijnlijk snel.
Judith vond weer wat Rineloricaria Nu moet ik alleen de Aequidens en de Cichlasoma nog op foto zien te krijgen.
In de tuin van Rudy en Marcellina heb ik drie boomkikkers, die gebroederlijke een tillandsia delen, gefotografeerd. Al met al was het een redelijk mooie dag zonder zon maar wel grotendeels droog. Het is nu 4 januari en het regent al weer pijpenstelen sinds vannacht. We hebben volgens Rudy pech gehad met het weer maar zo slecht als vandaag hebben we het nog niet gehad, onwaarschijnlijk dat het de gehele dag zo kan regenen. We zitten wat op het terras bij het huis van Rudy en Marcellina en ik heb nu dus de tijd om dit te typen. Meer kunnen we niet doen! Hopelijk klaart het later vandaag nog een beetje op al heb ik daar weinig vertrouwen in. Het enige leuke vandaag is eigenlijk dat Rudy een boomkikkertje had gevangen op zijn deel van het terras en in een glaasje naar mij bracht. Fotogeniek diertje, een duidelijke Hyla.

Prachtige vlinder met doorzichtige vleugels.

Inmiddels heb ik dus wel wat Anolis, mooie insecten, en een viertal kikkersoorten op de plaat kunnen zetten maar het weer is in dezen wel een hele grote spelbeker geweest in de tijd dat we niet ziek waren. Hopelijk krijgen we morgen wel een mooie dag want dat is onze laatste in Hakunamatata.

Dezelfde vlinder, nu wat dichterbij

Overmorgen vertrekken we met Marcellina en Rudy naar Quito waar we nog anderhalve dag zijn en vanavond gaan we in Tena eten bij Koos, een Nederlandse eigenaar van een pizzeria. In de pizzeria wemelde het van de boomkikkers maar om nu in een restaurantje tijdens een gezamenlijk etentje de begrensende struiken in te duiken ging me nu ook weer iets te ver. Plotseling kwam er een zeer dichte nevel opzetten en Koos vertelde dat het waarschijnlijk een warme dag zou worden, morgen…

De laatste dag.
Het lijkt of de duivel er mee speelt. We staan vroeg op want Judith wil het schooltje bezoeken en ik sta dus ook vroeg op om op pad te gaan; HET IS DROOG!!!
Er hangt wat dunne bewolking over de Haciënda maar het ziet er verder redelijk uit. Wanneer Judith om kwart voor acht is vertrokken drink ik nog een kopje koffie en ga naar beneden, op zoek naar de mysterieuze Aequidens.
Helaas, het kleine watertje is volledig Troebel omdat er aan het voorliggende stuwmeertje wordt gewerkt. Het lijkt nu en grote modderpoel. Ik loop door naar de verbreding van het watertje waar het water wat helderlderder is en ik zie wat Aequidens. De lucht begint donkerder te worden en het begint na 5 minuten voor de verandering te regenen en tien minuten later komt het wederom met bakken uit de hemel. Weer is het overal grijs en somber en is er niets te doen en denk je: ”waarom nu?”
Ik zit in Pangaea en er is geen vogel te zien, geen insect te horen of te zien behoudens een paar kleine miertjes op de bar. Het regenwoud rust en dat doe ik dus ook maar.
Even later klaart het op! Nog één keer op pad. Ik vind een plaats waar ik Epipedobates bilinguis hoor maar door de hevige regenval van de afgelopen dagen kan ik niet bij het geluid komen omdat de oerwoudbodem wel drijfzand lijkt.
Het laatste wandelingetje is daarmee een feit geworden en moeten we constateren dat het einde er op zit.
Het is tijd om de rugzak te pakken en de laatste nacht op Hakunamatata te slapen.
Omdat Rudy en Marcellina mee naar Quito gaan ontbijten we de laatste dag bij hun thuis en evalueren de geweldige doch natte tijd in Ecuador.
Ramiro staat klaar met de 4WD en we vertrekken naar het tankstation alwaar we de bus aanhouden richting Quito.
Op de top van de Andes-pas wordt de bus aan de kant gezet en schoongespoten terwijl de chauffeur een hapje gaat eten. We wachten. Dan gaan we door naar het VIC waar we worden verwacht.
We ontmoeten daar José en Jan Verkade waarmee we nog een ochtend naar Oud Quito gaan. Een heel coloniaal stadsdeel dat erg mooi is. We worden door een niet-ecuadoraanse gewaarschuwd voor het feit dat we in een bepaalde levensgevaarlijke wijk lopen maar ons inziens valt dat enorm mee. Jan heeft hier vlakbij altijd in het hotel gezeten en er is nooit een vuiltje aan de lucht geweest. Vroeger redend door de smalle straten van Quito tientallen bussen waardoor het er enorm stonk.
Inmiddels zijn deze vervangen door Trolley-bussen waardoor er geen uitlaatgassen meer in de smalle straten wordt uitgestoten.
Gevolg was in het begin dat er vele ongelukken gebeurde omdat de Ecuadoranen de bussen niet meer hoorden aankomen.
Een bezoek aan de 16e eeuwse cathedraal is zeer indrukwekkend. De hele binnenkant is van bladgoud en de vloeren zijn nog orgineel uit die tijd.
Na een gezamenlijk avondmaal gaan we de dag daarna nog even de grote winkelstraat over om wat souvenirs te kopen die werkelijk ongelooflijk goedkoop zijn.
’s Middags moeten we helaas naar de luchthaven en terug naar een ijskoud en guur Nederland. !
Het vliegveld ligt al op 3800 meter hoogte maar we kijken nog steeds tegen bergen aan die zo hoog zijn als de Pyreneeën! Niet te geloven hoe hoog de Andes is!
Bij het opstijgen was het al donker en zagen we heel mooi hoe de stad tegen de flanken van de enorme bergen is aangebouwd. Voor bezoekers aan Ecuador heb ik eigenlijk maar één advies: “Blijf niet te lang in Quito!”
Quito is leuk voor één of twee dagen maar de stad lijdt onder de luchtvervuiling en het is er vaak koud (dat hebben wij overigens niet gehad!)
De zon is er moordend en verbranden is zo gebeurd.
We gaan zeker terug dit jaar, vooral ook omdat mijn dia’s grotendeels zijn mislukt door een weigerende camera (en daar kom je na ontwikkelen van de film pas achter).
Vandaar ook dat veel vernoemde dieren helaas niet bij dit reisverslag staan afgebeeld.
Nu zeg ik dan tóch: Leve het digitale tijdperk!

Laatste blik op de Inchullaqui

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*