Ecuador 2004

Herkansing Ecuador
08-08-2004 tot 29-08-2004

Nadat we de afgelopen keer in december allebei ziek zijn geweest gedurende een substantieel deel van de vakantie en mijn camera niet deed wat van hem werd verwacht gaan we het nu dus nog een keer proberen.

8 augustus
Nu zitten we in de trein, we hebben de hele dag in een al twee weken snikheet Nederland op een heel strak schema geleefd en we waren dan ook net op tijd klaar.
Nadat we het hele huis aan kant hadden gemaakt en de spullen hadden ingepakt zijn we door mijn vader opgehaald en hebben we bij hen wat gegeten.
Na een haastig kopje koffie zijn we naar het centraal station gereden om daar met de trein te vertrekken richting schiphol. De vliegreis We zitten inmiddels boven Venezuela en moeten nog iets meer dan 1600 km vliegen eer we in Guayaquil zijn. Een half uur geleden hebben we een tussenlanding gemaakt op Bonaire waar het toen 0300 uur was en vreselijk warm en vochtig… wel lekker! (ideetje voor en volgende keer) Nu vliegen we naar Guayaquil dus war we weer even stoppen en dan eindelijk naar Quito.

9 augustus
In Quito
Het binnenkomen in Ecuador is net als de voorgaande keer heel erg gemakkelijk, er wordt in het paspoort gekeken en je krijgt een stempel en binnen ben je.
We namen een taxi naar VIC en gingen Quito in.
Quito blijft een stad waar je lichaam erg aan moet wennen. Er hangt een zwavelachtige lucht die kurkdroog is en dat op een hoogte van bijna 3000 meter zorgt dat voor een droge mond, droge lippen en een onprettig gevoel. Natuurlijk speelt je jetlag ook een rol in deze.
In Quito was de lente aangebroken voor zover er over seizoenen gesproken kan worden.
De honingvogel was aan het tsjirpen en zat steeds op dezelfde plaats waardoor deze en tegenstelling tot de vorige keer goed te fotograferen en te filmen was.

kolibri in quito

De vogels zijn hier zo gewoon als bij ons de mussen. Er komen veel soorten kolibries en honingvogels voor in Ecuador. De soort heet hier ”Nido de quinde monja blanca“ Amazilia franciae.

We maakten later op de dag de fout om even op bed te gaan liggen en werden dus prompt 3 uur later wakker waardoor de jetlag alleen maar groter geworden leek te zijn.
Na een avondmaal bij Crepes y waffles zij we te tassen opnieuw gaan inpakken.

10 augustus

Diefstal en welkom
We vertrokken ‘smorgens met de taxi naar de plaats waar de bus kwam.
Na bijna en uur wachten in de bloedhete zon (3000 meter aan de evenaar) kwam de bus.
De grote tassen werden in de bagageruimte opgeborgen en de rugzakjes hadden we tussen onze bene in op de grond gezet.
Helaas bleek dit niet veilig genoeg; we merken dat Judith’s portemonaie en mijn videocamera waren gestolen. Dat moet gebeurd zijn door twee mannen die achter ons zaten, die hadden onder de busstoel door de ritsen geopend en de spullen gejat. Na een half uur radeloosheid en een half uur woede ga je wat relativeren en ben je blijk dat het daarbij was gebleven. In Ecuador, in de bus: houd je tas opschoot, ook al duur de busreis 6 uur!!!
Aangekomen in Archidona namen we de taxi naar Hakunamatata en we waren waar we moesten zijn.

Uitzicht vanaf de veranda!

Je kunt je bijna niet voorstelen dat je vrijdags nog aan het werk was en dat je dinsdags midden in de jungle zit.
We werden hartelijk ontvangen en kregen een kamer in het huis van Rudy en Marcelina, heel lux met een mooie veranda en van alle gemakken voorzien. ’s avonds eten we bij hun thuis, heel gezellig en weer heel lekker. De rust hier is onbeschrijfelijk en we genieten er el meteen van. De geluiden van het oerwoud maken het zelfs dat je helemaal geen zin hebt om te praten, het is zitten en genieten.
Na het eten zijn we gaan slapen, heerlijk!

11 augustus
een prachtige ochtend

Klein watertje vol met kikkervisjes midden in het bos!

Om zes uur stonden we op en zijn heerlijk gaan ontbijten. De zon schijnt uitbundig en het is heerlijk buiten! In de verte komen wolken over de bergen vallen. Het blijkt één van de bergmassieven te zijn waar mogelijk het goud van Atuhalpa, de incakoning, verborgen ligt. Vanuit onze veranda kijken we dus mogelijk op een der grootste rijkdommen op aarde herbergen in de llanganatis.
Een dezer dagen gaan we aangifte doen van onze diefstal en gaan we kijken wat we gaan ondernemen. Zometeen gaan we in ieder geval een wandeling maken genieten van het prachtige Ecuador!

De eerste ochtendwandeling:

Bladsnijdermier of parasolmier

Na het ontbijt besloten we de nieuwe wandeling die was aangelegd te maken, niet te zwaar de eerste ochtend, lekker langs het water. De wandeling voert nu langs de grootste steen van Ecuador waarin pre-Columbiaanse petroglyfen staan gegraveerd waarvan tot op heden niemand weet wat zij betekenen. De Inchillaqui stroomt heel hard doordat het de afgelopen tijd nogal heeft geregend. Door het nieuw aangelegde pad zijn nu meer watertjes bereikbaar die ook voor zwemmen geschikt zijn.

Galwespen

Langs het water zien we een ei-groot nest van galwespjes, exacte kopieën van de gewone wespen in Nederland. De diertjes zijn niet groter dan 0.7 cm.

Prachtige omgeving bij Hakunamatat Ecuador!

Later buigen we af en lopen langs een zijriviertje van de Inchillaqui (die eigenlijk gevoed wordt door dit riviertje) en komen in dichter bos. Ook hier zijn de bladsnijdermieren actief en nu heel goed te fotograferen.
Het lijkt er op dat we in een tijd zitten waarin de cicaden (of in ieder geval één van de vele soorten) in het eindstadium van verpoppen verkeerd want we zien veel rijpe poppen die precies lijken op die we op Rhodos zagen.
Langs het riviertje vergapen we ons op de prachtige plekken in het woud waar de zon kan doorschijnen. Het aantal vlinders is ongekend, niet alleen qua aantallen maar ook qua soorten.

Een hele kleine greep uit een aantal vlinders

Even later zien we en soort kleine termietenheuvels waarvan de pijpen zijn afgedekt met stukjes blad, heel apart!
Wat verderop moeten we het riviertje weer oversteken en ik zie daar diverse zalmpjes voorbij zwemmen (niet in schoolverband overigens).
Als we later weer een stukje water over moeten staan aan de andere kant wat dieren uit de veestapel van Rudy en Marcelina, inclusief een gigantische fokstier!
We besluiten maar geen risico te nemen en slaan dat oversteekje over, achteraf bleek dat het dier er veel gevaarlijker uitziet dan hij is.

Eén van de vele sprinkhaansoorten

Teruglopend vinden we nog heel aparte sprinkhanen, kevers en legio andere insecten waar we verder geen last van hebben.

Aangifte in Archidona
Als we terugkomen is het tijd om even naar het politiebureau te gaan in Archidona voor de aangifte.
Op de weg naar en van de Haciënda wordt een brug aangelegd en de indianen van de lokale communidad zitten op de brug ergens op te wachten… Spijkers, blijkt!
Rudy moet dus wat spijkers meenemen uit Archidona en zegt dat ze daar desnoods dagen blijven zitten tot iemand spijkers komt brengen. Het bouwen van iets dat de gemeenschap dient wordt in dit geval door de indianen gedaan en worden betaald met eten. Een stukje verderop namelijk staan de vrouwen van de stam onder een geïmproviseerd afdakje te koken. Mensen die nut hebben bij het bouwen van de brug dienen dan ook te zorgen voor een maaltijd en Rudy haalt dan ook tomaten, uien, vis en eieren. Dit systeem heet minga, best wel mooi en heel goedkoop!
Bij het politiebureau vertellen de vriendelijke agenten ons dat we de aangifte in Tena moeten doen.
Naast het bureau is het cellencomplex en ik kan je verzekeren dat het hier geen pretje is om in de cel te komen.
Eten en dergelijke moet door vrienden of familie geregeld worden want van de politie krijg je helemaal niets!
Wanneer de cellen in Nederland dienst zouden doen als hondenkennel zou de dierenbescherming onmiddellijk in actie komen.
Als iemand in Ecuador wordt betrapt op een misdrijf, dus ook diefstal, krijgt deze een behoorlijke gevangenisstraf en heeft darna een aantal jaren geen rechten meer: ze mogen niet meer stemmen, hebben geen recht meer op elektra en dergelijke.
Weer op Hakunamatata:
Het is nu bijna 1400 uur en de temperatuur is al vanaf een uur of elf 32 graden maar dat is hier heel goed te houden.

Een korte wandeling
Judith is lekker een boekje aan het lezen en ik besluit nog een klein stukje naar het strand van de Inchillaqui te gaan alwaar ik een heel klein, op een padje gelijkende wants over het strand zie springen, een heel apart diertje.

Pad-achtige wants dat een lang spoor langs de rivier "ploegt"

Verder zie ik in een ander watertje op een soort schiereilandje een enorme school grote kikkervisjes van behoorlijk formaat, waarschijnlijk een boomkikkersoort.
Al snel blijkt het echter veel te warm om echt iets te ondernemen en ik wandel nog even naar het kleine beekje langs de weg van Hakunamatata om te kijken of er nog steeds Cichliden zijn, en die zijn er. De Aequidens (blijkt later Bujurquina in grote getale maar ook de Cichlasoma festae zitten nog op dezelfde plaats, toch maar een proberen te fotograferen.
Onderweg maak ik nog wel een redelijke foto van de raftspiders die ik ook de vorige keer met bewondering heb bekeken, wat een prachtige supersnelle dieren.

Heel kenmerkend voor Argiope: Het trapje in het spinnenweb. Ook zo bij de Europese soorten

 

Rust
Eenmaal terug ligt Judith nog lekker in de hangmat te lezen en te tekenen, ik besluit ook maar wat te lezen in de enorme warmte. Het is nu 18.40 uur, bijna eten! Het wordt hier in één keer donker, binnen vijf minuten en het begint zelfs wat te waaien, het wordt frisser (23 graden)
Ik heb wel een prachtige foto kunnen maken van de Llanganati in het avondlicht, een prachtig schouwspel! Misschien vanavond nog even op pad!

12 augustus
De nachtwandeling zat er niet meer in want we hadden ons lekker opgefrist en het eten stond klaar. Tijdens het eten zijn we de rest van de vakantie eens gaan bekijken.
verdere planning
We gaan zometeen naar Tena om wat boodschappen en aangifte te doen. Dan hebben we dus weer de rest van de dag de tijd voor onszelf. Vanavond moeten we even uitzoeken wat we morgen allemaal meenemen want morgen gaan we een dag of acht rondtrekken!
De planning is iets veranderd, we nemen in de route ook Guamote mee en komen dan 20 augustus ’s avonds weer hier en verblijven we hier nog een paar dagen.
In de route zijn in ieder geval Isla de la Plata, Cuenca en Guamote dus opgenomen. Het is nog niet zeker of Marcellina ook meegaat omdat Ramiro op vakantie is en er dan dus niemand is die de honneurs kan waarnemen.
We zijn dus benieuwd.

Ochtend in Tena
We zijn in Tena aangifte wezen doen van de diefstal en Judith heeft de verzekeraar opgebeld en alles lijkt in orde te komen. De politie is ook hier heel vriendelijk en correct en Rudy zegt ook dat de politie het hier heel erg vervelend vindt als toeristen worden bestolen, we zijn dan ook prima geholpen.
Verder zijn we heel Tena doorgesjeesd voor de wekelijkse inkopen van Hakunamatata, wel leuk om de stad zo bijna in zijn geheel in vogelvlucht te zien naar Tena blijft een hele warme stad wat betreft de temperatuur.

terug op Hakunamatata
Inmiddels is het hier ook weer 32 graden.
’s Middags ben ik nog zo’n anderhalf uur met Marcellina en de honden gaan lopen; wezen kijken naar het huis van Bert en de vorderingen met de wegverharding aan de andere kant van de Hacienda.
Na een verfrissende douche hebben we heerlijke biefstuk met frietjes gegeten en hebben de laatste afspraken voor de reis gemaakt.

13 augustus
De eerste dag van onze rondreis.
Vannacht heeft het een beetje geregend maar het bleef beperkt tot een paar buien. Voor we definitief vertrokken heeft Rudy eerst nog wat zaken moeten regelen op het kantoor en zijn we nog even snel naar Tena gegaan voor wat kleine zaken die ook afgehandeld moesten worden. Uiteindelijk vertrokken we.
Een onvergetelijke reis door de jungle en over de Andes.
Na vertrek uit Tena reden we richting Puyo en van Puyo naar Baños waar je aan de voet van de gevaarlijk actieve vulkaan Tungurahua staat. Een enorme vulkaan van 4200 meter hoog. Helaas lag de top in de wolken.
De Tungurahua zorgt al jaren voor een code-oranje alarm, de één na hoogste alarmfase. Wanneer deze vulkaan erupteert zal juist Baños onmiddellijk geëvacueerd moeten worden.
In Baños namen we een afslag om aan de andere kant van een hoge Andes berg te komen waar een haciënda ligt. Rudy wilde daar een boeking doen voor de terugreis.
Na een enorme klim van 1100 meter kwamen we op de top. Vlak achter de top was de weg versperd door een zandverschuiving. We probeerden met de wagen toch over de verschoven aarde te rijden maar kwamen muurvast te zitten.

Vastzitten met een 4WD

Uiteindelijk zijn we er met hulp van 2 quechua jongens, die toevallig langskwamen, uitgekomen en zijn we teruggereden naar beneden. De weg tussen Baños en Ambato is vreselijk lelijk. Ambato is een grote kleinindustriestad die werkelijk te lelijk is voor woorden. Na Ambato begint de klim naar de plateaus op de Andes en wanneer die zijn bereikt…

De Andes in
Onwaarschijnlijk, zo mooi!
Van veraf een blik op de valei der vulkanen is onbeschrijfelijk imposant.

vallei der vulkanen, quilotoa

Het weer klaarde op het plateau helemaal op en Rudy stelde voor naar het kratermeer van de vulkaan Quilotoa op 3500 meter hoogte te gaan want ook hij had het nog nooit bij zo’n helder weer gezien.
Het was werkelijk adembenemend. Het waaide enorm, was berekoud maar oh zo mooi! Vanaf de rand van het kratermeer werd het nog helderder en waren drie enorme vulkanen zichtbaar, de Cotopaxi (de hoogste actieve vulkaan ter wereld) van 5700 meter hoog met een mooie besneeuwde top, de Ilinisas nord en de Ilinisas sud, ook in de sneeuw.
Langs het kratermeer zaten de Andes indianen vrouwen beschilderde snuisterijtjes te verkopen.

quechua indianen van het hoogland

Hun aparte schilderkunst is verheven tot een erfgoed van Ecuador en heel apart, en geschilderd op dierenhuid.
Toen we de marktvrouwtjes fotografeerden namen er drie heel snel de benen.
Tijdens de terugreis hebben we nog wat foto’s gemaakt van de majestueuze panorama’s en zijn toen doorgereden tot we in Lemagna waren waar we om 1900 uur gingen eten in het hotel.
De temperatuur is inmiddels weer subtropisch en ik eet heerlijke kipfilet en Judith heeft Gamba’s die ook haar uitstekend bevallen. We zijn enorm opgeschoten vandaag en hebben 427 kilometer gereden. Morgen kunnen we dus lekker rustig aan doen richting Punto vieja, door de Costa, het laagland aan de andere kant van de Andes dat we nog niet kennen.

14 augustus
Eerst nog even snelwat beeldjes schieten van het hotel en het western-achtige stadje waar we vebleven.
Vandaag was weer een reisdag. We reden naar Puerto Lopez waar we onder anderen gaan whalewatchen!
De reis voert door de Costa, het laagland aan het westen van de Andes.
Droog en dor: De Costa, een reis naar Puerto Lopez
We rijden door een gortdroog landschap. Het gebied hier is een halfjaar verzengend heet en kurkdroog. We zien hier onder andere Baobab bomen die hier van nature groeien en waar de kapok (een soort katoen) van wordt gebruikt.
De huizen en de bevolking hier doen je denken dat je in een ander land bent terechtgekomen. De hutjes van de armere mensen worden hier niet van hardhout maar van Bamboe gemaakt dat hier ook veel is aangeplant. De armere bouwen dus van wat de lokale natuur te bieden heeft.
Op een hele enkele plaats is het wel groen maar dat beperkt zich tot een paar kilometertjes. Waarschijnlijk is juist daar een net niet droog riviertje in de buurt.
De steden hier zijn bruisend en levendig, het is een drukte van jewelste! Ook hier zijn de mensen vriendelijk en blij en overal hoor je loeiharde muziek.
In het plaatsje Pichincha lukt en een aardige foto van de sfeer hier te maken.
We stoppen in Monte Cristi waar we voor 2,5 dollar een bordje met kip en frietjes eten. De salade kun je hier beter niet eten, vertelde Rudy omdat die te warm wordt bewaard en snel bederft.
dan lopen we een half uurtje door het stadje waar de beroemde Panamahoedjes worden gevlochten maar waar ook sculptuurtjes uit tagua, een noot uit een kokosnootachtige vrucht van de Taguapalm. Dit materiaal is keihard en wordt gebruikt als vervanging voor ivoor. We kopen een toekan die uit dit materiaal is gesneden.
Dan rijden we door naar Puerto Lopez, door het nog steeds gortdroge landschap. We kijken op veel plaatsen over de pacific.

kapokbomen

Overal groeien kapok-bomen en de plaatselijke bevolking verkoopt dan ook veel kussens die gevuld zijn met deze katoeb-achtige watten die van de bomen af komen. De prijzen staan in schril contrast met wat er in Nedserland voor dergelijke kussens moet worden betaald. In Perto lopez trekken we in in hotel Pacifico, heel mooi en lux.
We eten ’s avonds rodepoonfilet en het is heerlijk eten, en natuurlijk heel goedkoop, behalve de wijn, die kost 10 dollar per fles en dat is voor deze contreien heel duur.
Het is gezellig natafelen en we trekken met z’n drieën drie flessen weg (na de twee grote flessen bier bij Pacifico).
We gaan lekker slapen om morgen de walvissen te bekijken en een wandeling te maken op het onbewoonde Isla de la Plata.
We hebben nu 790 km. op de teller staan.

15 augustus
Whalewatching en Isla de la Plata
We staan om 0700 uur op en zitten om een uur of acht aan het ontbijt. Ze hebben hier wonderbaarlijk lekkere koffie en na de broodjes en de onmisbare eitjes wachten we op Ernesto, onze walvisgids.
We vertrekken met nog meer Nederlanders, wat Oostenrijkers (waaronder een kwal van een vent) en twee engelsen naar de plaats op het strand waar we aan boord moeten.
Op het strand staan we te wachten en kijken naar de scholen fregatvogels en de pelikanen die in grote getalen aanwezig zijn. Eén van de overvliegende vogels laat een vis vallen op het strand, een platvis die wat lijkt op een bot.
Ernesto pakt de vis op en gooit hem hoog in de lucht en tot onze verbazing wordt de vis uit de lucht door een fregatvogel opgevangen en in zijn geheel doorgeslikt.
Terwijl we ons ontdoen van de schoenen staan tientallen kinderen om ons heen te roepen om onze voeten te mogen wassen met schoon water.
We gaan aan boord en al na een half uurtje zien we wat walvissen, nog niet zo groot maar wel imposant om te zien. We stoppen nog een aantal keren in de buurt van zo’n kolos die zich steeds even laten zien, de longen volpompen en dan weer een minuut of 10 weg blijven.
Uiteindelijk komen we op Isla de la plata. Onbewoond en onvoorstelbaar dor en droog. De wandeling is behoorlijk zwaar en is ongeveer 5 kilometer lang.

Micolophus occipedalis

Ik fotografeer twee verschiilende hagedissoorten: Ameiva septemlineata en een onbekende soort (later blijkt: Micolophus occipidalis), de enige twee die op het eiland voorkomen en iets afwijken van de nominaten op het vaste land.

Ameiva septemfasciata

Op sommige plaatsen is het uitzicht verbazingwekkend mooi maar ook de broedende vogels (twee soorten Jan van Gend en Albatrossen) zijn zeker de moeite waard, zeker omdat deze absoluut geen angst voor mensen kennen.

Blauwvoet Jan van Gendt en een Jan van Gendt

 

Als we terugkomen om 1600 uur krijgen we eindelijk wat eten, veel te laat, we zijn helemaal leeg!

Albatros paar op eieren

Na het eten krijgen we nog even de mogelijkheid om te snorkelen maar erg veel zie je niet omdat het water van de stille oceaan niet helder genoeg is maar in ieder geval wel verfrissend.
We gaan terug de boot in en komen halverwege het vaste land (Isla de la Plata ligt 35 kilometer uit de kust) een grote groep hele grote walvissen tegen die op een gegeven moment pal naast de boot zwemmen we volgen ze ongeveer een half uur, fantastisch. We komen terug en eten wat in het hotel, de prachtige dag zit er op en we maken ons alvast een beetje op voor de reis naar Cuenca, de mooiste stad van Ecuador.

Teintallen bultruggen

 

16 augustus
Naar Cuenca
De reis naar Cuenca voert ons door de valei van Jipijapa (spreek uit gipigapa). Ook hier veel kapok.
Het barst hier van de kleine motelletjes die voor de lokale bevolking worden gebruikt voor geslachtsgemeenschap.
De mensen wonen hier namelijk allemaal bij elkaar en kennen bijna geen privacy en wordt uitgeweken naar deze moteletjes. Overigens zie je dat in heel Zuid-Amerika.
De kant van de snelweg wordt hier gebrukt als openbare afvalbak en de zwarte gieren kunnen hun lol op. Ik stop even voor een snelle foto van deze zeer nuttige opruimers.
Al naar gelang de weg vordert richting Guayaquil wordt de omgeving lelijker en lelijker. We rijden door kilometers lange plantages van vooral bananen en rijst en vooral de rijstvelden zijn heel erg saai. Af en toe lijkt het lanschap zelfs op de Nederlandse polderweiden.
Deze streek heet Guayas genoemd naar de rivier Guayas waar bij Duran overheen rijden en een blik werpen over Guayaquil, een enorme stad met gigantisch flatgebouwen.
Nog voordat we in Duran komen rijden we eerst door de suburbs van Guyaquil. Dit zijn ommuurde resorts met huizen, zo groot, die in Nederland niet te vinden zijn. Guayas is dan ook één van de rijkste provincies van Ecuador.
Na Duran volgen nog een aantal kilometers bananenplantages alvorens we de Andes weer ingaan.
We besluiten één van de bananenplantages te betreden op zoek naar kikkers maar behoudens het feit dat er geen kikker te horen is wordt het hier werkelijk bewolkt van de muggen en we besluiten terug te gaan.
We duiken de Andes weer in en langs de weg op 400 meter zien we een lokatie die kikkergeschikt zou kunnen zijn. Ik kruip aan de andere kant van de weg door het gras naar een soort glijbaan waar wat water overheen sijpelt, via een tunneltje onder de weg door.


Na een niet noemenswaardige glijpartij bereiik ik de andere kant van de weg waar een soort kloofje is onstaan. Tegen de wanden van de kloof hoor ik wel quinquevittatus roepen maar ze zitten te hoog, ik kan er niet bij.
In het sijpelende watertje vind ik welgeteld één larve. Helaas, we moeten verder. Heel langzaam maar zeker worden de stadjes armer en authentieker en voor we het weten zitten we weer op 4000 meter.
Wanneer de daling wordt ingezet rijden we Naar Cuenca en dat is de mooiste stad van Ecuador.
Voor de stad staan prachtige moderne huizen in westerse stijl. We vinden ons hotel Mansion Alcazar vrij snel. Een onwarschijnlijk lux hotel dat rond 1820 is gebouwd, we kijken onze ogen uit.
Onze slaapkamer bestaat uit een waar hemelbed, een kabinetje met kabel TV, een prachtige badkamer en een ruime kledingkast, dit alles zeer rustiek en stijlvol ingericht.
Op ons bed liggen badjasssen met rozenblaadjes en nadat we in de stad niet zo geweldig lekker hebben gegeten gaan we het bed in waar inmiddels warmwaterkruikjes, chocolaatjes en geluksengeltjes op zij gelegd. Ondanks al deze weelde slapen we niet zo geweldig.

17 augustus
Cuenca
Vandaag zullen we worden rondgeleid door een gedeelte van Cuenca door Marcella, een Belgische gids, getrouwd met een Ecuadoraan. Na het onbijt komt ze aan bij het hotel en neemt ons mee naar een soortgelijk gebouw als ons hotel.
Deze postcoloniale gebouwen die allen begin 1800 zijn gebouwd zijn prachtig om te zien. De basis is er door de Spanjaarden neergezet maar veel Accenten zijn door de Fransen aangebracht. Deze accenten lijken tegels maar zijn van blik!
Daarnaast zijn er in sommige gebouwen mozaiekvloertjes neergelegd waar echter geen steentjes maar ruggenwervels van koeien voor zijn gevbruikt zoals de onderstaande foto laat zien.
Marcella legt uit hoe Cuenca is onstaan en hoe het nu is. Cuenca is de duurste stad van Ecuador maar de meeste Cuencanen wonen in de VS en sturen geld op naar de achtergebleven familieleden. De prachtige huizen die we gisteren aan de rand van de stad zagen zij daar ook het resultaat van maar meestal niet bewoond.
De familie woont meestal in de kleine woninkjes naast de villa’s. De Villa’s zijn eigenlijk een appeltje voor de dorst maar te duur voor de huisige eigenaars.
Verder laat Marcella de kerken zien die door de spanjaarden zijn gebouwd. De grote kerken in het centrum van de stad waren voor de blanken terwijl dekleine arme kerkjes aan de rand van de stad voor de indianen waren.
De contrasten zijn nog steeds enorm vandaag de dag.
We brengen een bezoek aan het plaatselijke reptielenmuseum waar alleen dieren uit Ecuador zitten (Hemichromis bimaculatus, en Pseudemys scripta elegans???).
De dieren zien er over het algemeen slecht uit en ook de terraria zijn behoorlijk armoedig.
We hebben vandaag ook begrepen hoe de bevolking van Cuenca is samengesteld. In het verleden werd Cuenca bewoond door de Cañares.
Omdat deze zich niet wilde overgeven aan Atahualpa werde 90 procent van de mannen gedood. De resterende 10 procent leeft nog buiten de stad. Veel Cañari vrouwen lopen nog in Quenca om daar hun waren te verkopen en ze zijn herkenbaar aan de twee lange paardestaarten.
De Andes ken een heel wreed verleden en dat proef je nog overal doorheen. De klassestrijd is gestreden maar de indianen hebben niets in te brengen en het geld zit bij een hele kleine minderheid van de bevolking, warondr de Spaanse Cuencanen.
Al met al een leerzaam tochtje door de oude stad die werd afgesloten bij de stedeijke begraafplaats en waar het klasseverschil op straat heel goed zichtbaar is, is het op het kerkhof nog veel triester.
De arme mensen worden begraven in een soort flats waarin de kisten worden ingemetseld. Daarna moet door de familie huur en onderhoud worden betaald en wanneer dat niet gebeurd worden de kisten uit hun tombe gehaald en in een massagraf bijgezet.
Voor de middeklassen zijner de bij ons ook bekende grafstenen. Voor de rijkere families is er een klein gebouwtje waarin de leden van de familie worden bijgezet terwijl boven op de rand van het kerkhof panden staan zo groot als dure huizen waar de graftombes van de hele rijken staan.
Het geeft allemaal de contrasten aan die ook in het hele land te vinden zijn want achter elke heuvel opent zich een heel ander landschap met heel andere huizen en andere mensen.
Als laatste bezoeken we het museum bij de Banco central waar een overzicht is gegeven van alle bevolkingsgroepen waarvan er een aantal nog behoorlijk brute en moorddadige levenswijzen op nahouden (Huaouranis en de Shuar)
Van de Huaouranis is recentelijk nog door een Nederlander aan den lijven ondervonden hoe onberkenbaar deze mensen zijn. De Nederlander bezat een lodge en werkte samen met de stam. Na verloop van tijd hadden de Haouranis er genoeg van en hebben het hele complex in de as gelegd.
De shuar schijnen nog steeds af en toe ”drooghoofden” te meken; iemand waarvan men vindt dat deze een kade geest in zich heeft wordt onthoofd, het hoofd word helemaal dichtgenaaid (oogleden, mond) om de kwade geest daar binnen te houden.
Het hoofd wordt in een balsam gelegd en krimpt tot vuistgrootte. Bizar om te zien en tentoongesteld in het museum.
’s Avonds eten we in ons hotel en gaan bijtijds naar bed want morgen gaan we op weg naar Guamote

18 augustus
Naar Guamote
We hadden inmiddels al 1204 kilometer op de teller staan en dat is vrij veel in een land met wegen als deze.
Omdat de weg naar Guamote goed is (pan Americana) en we dus tijd genoeg hebben stoppen we onderweg bij Inga Pirca, een incaruine die behoorlijk goed intact gebleven is.
Overigens is in het oerwoud zuid Ecuador onder de vegetatie een perfect bewaard gebleven incastad gevonden die waarsschijnlijk groter is dan Machu Pichu in Peru.
Inga Pirca echter is een kleine nederzetting geweest die nog steeds hersteld wordt omdat een ecuadoraanse colonel de ruine in het verleden had gebruikt om huizen mee te bouwen in het nabijgelegen dorp. Men probeert nu de ruine weer in eren te herstellen.
De Inca’s waren een hard en medogenloos volk dat echter wel zeer doordachte en moderne irigatiesystemen bezat en hoe de stenen zo perfect passend op elkaar staan (je krijgt nergens een speld tussen) is tot op heden een raadsel.
Inga Pirca bestond uit wat weilanden, huizen, baden, voorraadruimten en een maagdenhuis waar de mooiste en slimste meisjes op ca 14 jarige leeftijd werden ondergebracht. Daar bereidden zij voedsel en dranken voor het dorp. Verderop waren klene woningen voor deze vrouwen die ook als maagd stierven. Een enkele keer werd een meisje geofferd aan de zon op de zonnetempel die op het hoogste punt van de nederzetting staat.
Na Inga Pirca rijden we naar Guamote, gelegen op één van de hoogvlakten in de andes.
Het landschap is hier droog en dor en de wind is guur. Het is een arm en troosteloos dorpje waar morgen de markt begint, de rede van onze komst. Tevens zullen we dde bergmeren hier bezoeken op 4200 meter hoogte. Guamote zelf lgt op 3200 meter.
We vinden intisisa snel en ondanks dat het gebouw nog niet helemaal af is, is het behoorlijk sfeervol en vergelijkbaar met het VIC in Quito (ook van intisisa)
We krijgen erwtjes en worteltjes (hé, groente!) met aardappetortilla’s en karbonaatjes. Het varkensvlees hier smaakt echt naar rundvlees.
We zijn allemaal moe en na een wijntje gaan we al rond 2100 uur naar bed.

19 augustus
Markt in Guamote.
Vandaag wordt Guamote dag. We zijn vroeg op de markt en dat is een belevenis op zich.
In de nauwe straatjes van de stad staan zitten en liggen de verkopers van de lokale bevolking hun spullen te verkopen. Je ziet aan de kleding dat ze van verschillende gemeenschappen komen en ondaks de enorme chaos van heel vreemde vrachtwagens heeft ieder stukje markt zij eigen koopwaar.
Op de vemarkt zien we katten, honden, kippen cavia’s, varkens en schapen. De runderen sonden op een ander deel van de stad.
Het si een enorme drukte maar door de klederdrachten is het een heel kleurig geheel. We lopen via de groentemarkt naar de rundveemarkt waar alle dieren verplicht worden ge-ent tegen mond-en-klauw-zeer. Opvallend is dat de rundren er hier heel goed uit zien.
Ondanks dat de mensen hier heel cru omgaan met de dieren hebben die het waarschijnlijk hier beter dan in Nederland. De dieren lopen hier allemaal los in de Andes en dat kan van Nederlands vee niet worden gezegd.
De prijs voor normale rundren is hier ongeveer 250 dollar. De vleesmarkt hier is onbeschrijvelijk smerig. Het stinkt er naar bloed en alles ziet er vreselijk vies uit. Er worden hier gerechten verkocht als ”Ingewandensoep” en dergelijke, dit hebben we overigens niet gegeten.
De volstrekt onbekende bergmeren.
Na een goed uur hebben we het eigenlijk allemaal wel een beetje gezien en gaan met de auto de bergen in om op zoek te gaan naar de meren. Kort: we vinden ze niet!
Het landschap over de heuvel is in en in triest. De armoede is hier schrijnend, de mensen wonen in lemen hutjes met rieten daken.
De ouderen zijn waarschijnlijk allemaal naar de markt waardoor we alleen kleine kinderen de weg kunnen vragen maar hun kennis reikt niet veel verder dan hun eigen weiland. Waarschijnlijk zijn heel veel van deze kinderen analfabeet en kijken wat vreemd tegen de grote blanke mensen. We zitten hartstikke fout en de weg vragen heeft geen zin en het enige dat we kunnen doen is teruggaan naar Guamote. De laatste afdaling stemt moedeloos. Het zand is deze bergen is asgrijs, het waait enorm en er woont bijna niemand.
Ik stap nog één keer uit in de hoop reptielen te vinden maar tevergeefs. Het waait dan ook erg hard en de stof is uitermate iritant en droogt je ogen en neus helemaal uit. Wel vind ik reptielenuitwerpselen en hageissen komen hier dus wel degelijk voor.
We besluiten de middag in Guamote door te brengen en rustig aan te doen om morgen heel vroeg richting banos te vertrekken zodat we daar vroeg aankomen.

20 augustus
Vulkaandagen en wintersport
Vroeg in de ochtend vertrekken we naar Banos en zullen om de Chimborazo rijden. Het is helder en we zien de top van de vukaan bijna de hele tijd voor ons uit.
De top van de Chimborazo ligt op ongeveer 6315 meter. Dit is niet de hoogste bergtop maar omdat de Chimborazzo op de evenaar ligt en de aarde rond de evenaar wat ‘dikker’ is dan van noord naar zuid is het het punt op aarde dat het verst van de aardkern is verwijderd.

de imposante Chimborazzo

We klimmen tot 4200 meter, de voet van de vulkaan, om één van de pasen van de Andes. Zaten we in de tropen? We zetten de auto even aan de kant… in de sneeuw! Het is hier bitter koud en er groeien toch nog bloempjes in het ijs. De beplanting beperkt hier tot wat heesters en graslanden. De Chimborazo is een machtige vukaan die nu helemaal in de sneeuw ligt. Werkelijk een imposant gezicht.
Aan de andere kant van de weg lopen Vicuñas, slanke wilde lama’s die alleen op hele grote hoogten voorkomen. Ze komen alleen in kleinere groepjes voor.

Sneeuw op de evenaar

We maken nog de nodige foto’s van de omgeving die adembenemend blijft en staan op sommige plaatsen tot onze enkels in de sneeuw.
Een stuk verderop is een prachtig geologisch verschijnsel te zien. Diverse aardlagen van verschillende structuur en kleur liggen op elkaar en dat wel een meter of 25 hoog!

Geologisch en fotogeniek

Dan is het tijd om door te rijden naar Baños dat gelegen is aan de voet van de Tungurahua, we waren er al eerder.
We stoppen bij ons hotel. Een heel leuk hotelletje met een heel gezellige lounge. De zaak wordt gerund door een Amerikaan en heeft heel vriendelijk Ecuadorans personeel.
We gaan eten bij een zaak die Düsseldorf heet! Het werd inderdaad gerund door een duitser die de zaak overdeed aan zijn zoon die in Ecuador geboren is en geen Duits spreekt.
Tijdens het eten komt een groep muziekanten uit een nabijgelegen muziekdorp muziek spelen. Na het eerste nummer vertellen zij uit het naburig gelegen stadje te komen en Banos wat te willen opvrolijken met hun muziek, en dat lukt.
Ze komen na hun optreden langs met de pet en bieden CD’s te koop aan. We kiezen voor het laatste als ze nog één nummer willen spelen. We kopen dus een CD van deze muziekanten.
Na het eten lopen we over de drukke straat die wel wat wegheeft van een straatje an de spaanse kustgebieden.
Na een tochtje in een auto-treintje dat wordt bestuurd door een man die er een rollercoasterrit van probeert te maken nemen we nog een wijntje in de lounge van ons hotel en gaan naar bed.

21 augustus
De Tungurahua

Tungurahua, een van de actiefste vulkanen ter wereld

De Tungurahua is inmiddels geërupteerd (medio augustus 2006!) en niet meer toegankelijk.
Het is kraakhelder en we besluiten daarom na het voortreffelijke ontbijt even de berg op te rijden om de Tungurahua te bekijken. Deze is vanaf de berg inderdaad heel mooi te zien en we maken wat foto’s. Dan begint de afdaling naar Puyo.
Voordat we werkelijk in het laagland zijn worden we nog verrast door Rudy. Hij stopt bij een kabelbaan…
Het heet de hoogste kabelbaan (of was het de langste?) van Ecuador te zijn en hij nodigt ons uit deze beproeving te doorstaan.
De kabelbaan was oorspronkelijk bedoeld om sinaasappels van de ene kant van de valei naar de andere te brengen en wat slimme ondernemers hebben van de mand een toeristische attractie gemaakt die, en dat is niet zo verwonderlijk, niet bijzonder druk wordt bezocht.

Heel eenvoudige kabelbaan, ca 1200 meter hoog!

Het is zonder enige twijfel de eenvoudigste kabelbaan die ik ooit heb gezien! Een dikke kabel waar de kooi aan hangt en een heel erg dunne kabel die de kooi naar voren en naar achteren beweegt.

Heet dit een kabelbaanchauffeur?

De aandrijving geschied middels een oude vrachtwagenmotor, inclusief versnellingen en met intacte achteruit (je moet immers ook terug).
Mede door de enorme hoogte van de vallei en de enorme diepte is het een belevenis die het hart een keer of wat extra laat slaan.
Onderweg stoppen we even op een hoogte van 900 meter, naast een watertje dat helaas zo troebel is dat je er niet doorheen kunt kijken.
Ik steek de weg over en kijk tussen het gebladerte. Op één van de bladeren zit een prachtig klein boomkikkertje dat veelvuldig wordt gefotografeerd. Het is een Hyla of Scinax maar van welke soort?
Later blijkt het om Hyla marmorata te gaan (met dank aan Peter Mudde).

Collage van Hyla marmorata

Even later vindt Rudy een werkelijk heel erg mooi kikkertje aan de onderkant van en blad, Een donker exemplaar van Dendropsophus bifurcus. Het kikkertje dat ik zag is licht gegranuleerd en heeft heel erg felle signaalvlekken in de oxels: Zwart/wit/oranje-rood.

Dendropsophus bifurcus, destijds: Hyla bifurca

Vondstomstandigheden: Tijd 12.00 uur
Temperatuur 32 graden
Vochtigheid laag, ca 50%
Hoogte 900 meter
Biotoop dichte beplanting met moerasachtige bodem, stijle berm
Weerbeeld Droog, zonnig, warm
Lokatie:
Weg van Tena naar Puyo, 13.1 km voorbij splitsing 10 Octubre, 1,9 km voorbij Finca Esthelita (km 20) aan de linkerkant ligt een
watertje, aan de rechterkant een steile berm waar de kikkers zijn gevonden.
Opmerkingen:
Ten tijden van de waarneming was het erg stoffig, droog en warm.
Waarschijnlijk zijn er onder betere omstandigheden en/of ander tijdstip veel meer boomkikkers te vinden.
Na deze prachtige vondst reden we verder richting Tena. De paar stops hebben behoudens de prachtige hoeveelheid vlinders en een bladsprinkhaan (ook op de foto natuurlijk) niet veel meer opgeleverd ondanks dat de kleine beken en stroompjes wel heel veel vis herbergen.

Wandelend blad of Bladsprinkhaan

In Tena waren we even gestopt voor wat kleine boodschappen en het was er bloedheet, mogelijk meer dan 40 graden.
Ten tijden dat we bij Hakunamatata kwamen zaten we net onder een regenbui die voor de welkome verkoeling zorgde.
Op de Hacienda was het aangenaam met 27 graden.
Uitpakken en even lekker douchen was het meest gepast an een prachtige reis en samen met Rudy en Marcelina hebben we onder het genot van een drankje de reis geëvalueerd.
Daarna heerlijk gegeten bij Rudy en Marcelina thuis en op de veranda de enorme hoeveelheid insekten bekeken die op het licht afkwamen. Heel bijzonder was een enorme soort vlieg (Corydalus cornutus).

Dobsonfly (dobsonvlieg) Corydalus cornutus

In Arno luft’s zijn boek over Zuid-amerika schrijft hij over een fabel die de rondte gaat waarbij men zegt dat wanneer een vrouw gebeten wordt door deze (wel 10 cm grote) vlieg, zij binnen een etmaal gesachtsgemeenschap met een man moet hebben anders zal zij sterven. Daarbij maakte hij de kanttekening dat het hier om een onschuldige vlieg zou gaan en dat het verhaal waarschijnlijk door vrijgezele mannen zou zijn verzonnen.
Dit zou een heel vreemde fabel zijn daar het om een onschuldig maar angstaanjagend dier gaat maar nooi een meisje zou bijten, simpelweg omdat de vlieg dat niet kan!
Het vrouwtje dat ik fotografeerde bezit wel zeer imposante kaken en de kaken van het mannetje zijn nog groter, de kaken zijn echter van een zacht weefsel.

22 augustus
Het heeft vannacht behoorlijk geregend maar echt afgekoeld is het niet. Rond 0900 uur was het al 28 graden en de schon breekt behoorlijk door.
We besluiten een korte wandeling te maken na het ontbijt en vinden de gebruikelijke vissen, vlinders en andere insekten maar het meest opvallende van deze wandeing was de al eerder waargenomen groep kikkerlarven in het watertje op het eilandje van Hakuna warvan één larve door eeninsektenlarf te pakken was genomen. Gezien de groote en het model van dit insekt zou het om een larve van de gisteren gevonden Corydalus kunnen zijn.
Ondanks alle goede bedoelingen om nog een nachtwandelingetje te maken met de grote lamp was de avond zo gezellig dat na twee pilsjes en een aantal glazen rode wijn het bed een betere optie was.

23 augustus
Het heeft vannacht behoorlijk geregend en rond een uur of zeven was het droog. De zon is maar mondjesmaat te zien en daarom lijken de omstandigheden om dieren te zoeken veel beter dan gisteren.
Voordat we aankomen in het restaurant, waar wij door de aanwezigheid van meer gasten nu eten, zien we een reusachtige wants. Deze planteneter ziet er gevaarlijker uit dan hij is. Op de elektriciteitspaal naast het restaurant zit een prachtige rups die ik zowaar tegenkom in het boek ”fauna del ecuador”; een larve van de Saturniidae, bruine vlindrers met twee zwarte ogen op de achtervleugels.

Rups van een vlinder uit het geslacht Saturniidae

Even later zie ik een heel erg grote rups op een blad zitten, deze is geheel geelbehaard en vouwt als het ware zijn kop om de bladeren en eet heel langzaam de bladeren op.

Enorme rups van nog onbekende vlinder

Het weer is prima, een graad of 26, het heeft vannacht geregend en de zon schijnt niet of nauwelijks. Ideaal om dieren te zoeken. Ik besluit dan ook een wandeling te maken en vind nu inderdaad op het eilandje de kikkertjes die ik ook in december en januari aantrof. Ik heb het vermoeden dat het om een Gastrotheca-soort.

Mogelijk een Gastrotheca-soort

De dieren hebben geen zwemvliezen en in de buurt hoor ik het gefluit van iets dat colosthetus zou kunnen zijn.
Hiernaast nog een indruk van het genoemde schiereilandje. In het bos verscholen ligt een poel met vissen en kikkervisjes die van een boomkikkersoort moeten zijn daar de aantallen zo groot zijn dat de kleine soorten niet in aanmerking komen.

Heliconia's kunnen plaats bieden aan Dendrobatidae

Over de poel lopen takken die volledig zijn begroeid met bromelia´s en andere planten maar potentiele ouders heb ik daar niet kunnen vinden.
Het water van het poeltje is 22 graden, onbeplant, kraakhelder met een KH van 0-1, een pH van 6.5 en een GH van 3-4. Naast de kikekrvisjes zwemmen er zalmpjes, waarschijnlijk van het geslacht Hyphessobrycon.
Aangezien vrijwel alle dieren dezelfde grootte hebben en ook even groot zijn dan in december en januari denk ik dat het om volwassen dieren gaat ondanks dat zij maar zo’n anderhalve cm. groot zijn.
Aan de andere kant van de Inchillaqui vind ik behalve een prachtige vlinder (één van de mooiste die ik tot nu toe zag hier) niet veel. Ook de bekeken bromelia’s lijken leeg op de veelvoorkomende spinnen na.
De temperatuur is inmiddels weer opgelopen tot 33 graden en de zon schijnt wederom uitbundig. Gebleken is dat dit nu niet de ideale omstandigheden zijn om op zoek te gaan naar dieren dus laat ik de namiddagwandeling maar even voor wat hij is.
Als we op de veranda zitten attendeert Rudy ons op een aantal voorbijtrekkende jonge toekans. Het is een mooi schouwspel van 5 jonge dieren die in vrij hoog tempo de grotere bomen plunderen van eventueel aanwezige eieren van andere vogels.
Zo snel als de tukans kwamen gingen ze weer. Ook Rudy en Marcellina waren behoorlijk blij me deze groep jonge dieren want behalve dat het betekent dat de toekans weer terugkomen betekent het ook dat ze in de buurt hebben genesteld.

24 augustus
De dag begon wat later dan normaal; we zijn om half negen opgestaan. We hadden dan ook gisteren een behoorlijk wijntje gedronken en het gaat hard als het gezellig is.
Nu is het bijna elf uur. Het is bewolkt maar toch nog 26 graden en ik ga mij opmaken voor een nieuwe wandeling
De berg op In december ben ik al eens de berg aan de achterkant van de hacienda opgeweest en trof daar een heel klein hagedisje aan dat niet veel groter was dan 4 cm.
Het diertje was egaal en heel donker gekleurd. Ik hoopte dit diertje opnieuw te vinden. Tijdens de beklimming van de berg, die al gauw een hoogteverschil van 200 meter bewerkstelligt loopt al gauw het zweet over alle delen van mijn lichaam. De temperatuur stijgt op deze tijd van de dag razendsnel en er hangt maar dunne bewolking waar de zon waterig doorheen schijnt maar dat is meer dan voldoende (bij terugkomst om 1200 uur was de temperatuur al weer tot over de dertig graden gestegen!)
Het hagedisje werd niet meer gevonden maar wel twee nieuwe kikkertjes. Het eerste exemplaar was ca 3 cm groot en had een bijna perfecte schutkleur, door zijn sprong nam ik het diertje waar en kon het prima fotograferen, het lijkt om een eleutherodactylus gaan.

eleutherodactylus species

Het ander diertje had slechts een lengte van amper 1 cm. en vlak voordat de camera was scherpgesteld vloog één of ander insekt recht in mijn gezicht. De zwaaiende beweging was een pure reflex en daar schrok ook het kleine grijzige kikkertje van, helaas geen foto dus.

Collage van wat spinnen inclusief een Avicularia huriana (rechtsonder)

Op de terugweg vond ik een spin van een cm. om 3, mogelijk een jonge vogelspin al was die wel wat snel voor dit soort spinnen. De vogelspin liet echter niet lang op zich wachten want rudy had achter zijn motor, onder het huis een Avicularia gevonden van ca 7 cm. Deze hebben we redelijk gepositioneerd en ik kon het dier mooi fotograferen.
De zon breekt weer door en de temperatuur schiet nog verder omhoog. Ik hield het nog net geen 5 minuten uit in de zon.
Vreemd genoeg lijkt het Llanganati gebied al dagen onder een dik wolkendek te liggen en lijkt het er op dat alleen hier de zon schijnt.
Ik wil toch iets ondernemen ondanks de hitte en besluit met het visnet van Jan Verkade naar de Inchillaqui te gaan. de vissen zijn behoorlijk slim en laten zich niet zomaar vangen. Uiteindijk slaag ik er in twee karperzampjes te vangen die ik later nog moet determineren.
De Inchillaqui staat erg laag en zo zijn er tussen de stenen overloopwatertjes ontstaan waar ook de begeerde Aequidens zit. Ik zie ook een prachtige meerval wegzwemmen!
Wanneer het morgen (de laatste dag hier) niet lukt om met het net te vangen ga ik snorkelen om te proberen wat onderwaterfoto’s te maken.

25 augustus
Alle plannen die ik gisteren had heb ik moeten annuleren omdat uitgerekend de laatste dag bijna geheel is verregend en het waterpeil van de Inchillaqui ruim 50 cm is gestegen in één nacht tijd!
Het water kent dus de kleine poeltjes die de afgelopen dagen waren ontstaan niet meer en het water is veel te wild om te snorkelen. Pas tegen de avond breekt de zon door, op de valreep toch een gepast einde van de vakantie.

26 augustus
Door wat onvoorziene spijsverteringsproblemen hebben we besloten de terugreis naar Quito een dag uit te stellen omdat het gehobbel in een bus gedurende 5 uur nu ook geen garantie biedt met betrekking tot eerder genoemd probleem.
Deze ingelaste laatste dag heb ik met Rudy grotendeels doorgebrachrt in Tena waar ik voor een huisje een bromelia-met-boomkikker vond.

Boomkikker in bromelia in Tena

Verder heb ik nog even van de mogelijkheid gebruik gemaakt even naar huis te bellen en heb vast buskaartjes voor morgen gekocht. Rudy laat ondertussen de auto repareren en tegen een uur of twee zijn we weer op de Hacienda. Daar heb ik met Rudy wat ge-experimenteerd met een nieuwe internetmethode en voor we het wisten was de laatste, ingelaste dag voorbij. Voordat we naar bed gingen troffen we nog een vogelspin aan in een hoek van de veranda en dat zal ongetwijfeld het laatste interessante dier van de afgelopen twee weken zijn samen met een wandelende tak die op de deur van het toilet zat.

Wandelende tak

Morgen gaan we dus weer richting Quito.

27 augustus.
We hebben een redelijk goede maar wel lange reis gehad met een opstopping van bijna anderhalf uur. We zijn vóór Quito in Cumbaya uitgestapt en hebben van daaruit de taxi naar het VIC genomen. We rusten wat uit en kijken alle bepakking nog eens na en besluiten om morgen maar twee kleine koffertjes te kopen omdat anders lang niet alles meegaat.
We wilden uit eten gaan en ontdekte op deze manier dat we vlak bij het uitgaanscentrum van Quito zaten. Het zag er allemaal heel gezellig en gemoedelijk uit.
Een dicotheek echter die vlak bij het VIC staat wordt bezocht door de rijikere jeugd, vaak kinderen van diplomaten en regeringsfunctionarissen en die zijn uitermate luidruchtig en druk. Ook vernielingen zijn bij die jongeren aan de orde van de dag. Dit om de hele eenvoudige rede dat de politie niets tegen deze jongeren onderneemt in verband met hun afkomst. Ondanks dat toch redelijk geslapen.

28 augustus
Vandaag hebben we ingepland voor wat winkelactiviteiten en om nog wat souveniers mee te nemen. Helaas blijken op zaterdag heel veel winkels gesloten te zijn, of was dat misschien omdat er een grote braderie in dit stadsdeel was wegens het afsluiten van een festival?
In ieder geval hebben we nog wel wat lederwaren gekocht en hebben we op een terrasje een paar biertjes gedronken met een engelsman die op de wilde vaart zat.
Het zit er nu echt op, we moeten om half vier ´s ochtends op het vliegveld zijn dus veel slaap zal er niet bij zijn.
Al met al hebben we een prachtige vakantie gehad ondanks de diefstal en ondanks het feit dat het overal (ook in de oriente) gortdroog was. Niet ideaal voor amfibien en reptielen maar toch heb ik gelukkig het één en ander kunnen fotograferen en waar kunnen nemen.
Het is in ieder geval zeker niet de laatste keer in Ecuador geweest!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


*